‘Regionale samenwerking en achterlandverbindingen zijn verbeterd’

16 juni 2013

 

173

Michiel Wijsmuller vertrekt na tien jaar als voorzitter Amports

Bart Stam en Samia Dif

Na precies tien jaar neemt ir. Michiel A. Wijsmuller (63) afscheid als voorzitter van Amports. Hij doet dit tijdens de algemene ledenvergadering op maandag 10 juni in Het Scheepvaartmuseum. Een lange periode waarin hij belangrijke doorbraken als het convenant voor de nieuwe zeesluis en de verzelfstandiging van Havenbedrijf Amsterdam NV van nabij meemaakte. “Ik ben positief over de toekomst van Amsterdamse havenregio: de achterlandverbindingen zijn sterk verbeterd, net als de regionale samenwerking langs het Noordzeekanaal.”

Hoe kijkt u terug op uw voorzitterschap van Amports?

“In het algemeen heel positief, het was een boeiende periode met veel interessante dossiers. Heel prettig vond ik altijd de hechte samenwerking met het Amports-kantoor, zowel in de tijd van Wim Ruijgh als van Laura Keegstra. Ik heb altijd prettig samengewerkt met het personeel en wil ik hen daarvoor zeer hartelijk bedanken."

Waarom bent u in 2003 voorzitter geworden?

“Omdat Sjoerd Terpstra, de toenmalige voorzitter, mij destijds had gevraagd als zijn opvolger. Ik zat vanaf het begin van de negentig al in het dagelijks bestuur van Amports, met name voor de offshore, de havensleepdiensten en het bedrijfsleven in de IJmond. Ik vond – en vind - Amports een nuttige vereniging voor de promotie van de Amsterdamse havenregio.”

Hebt u het voorzitterschap altijd goed kunnen combineren met uw eigen bedrijven WorldWise Marine en Offshore Ship Designers?

“Ja, dat ging vrij goed. Soms kon ik activiteiten voor mijn eigen bedrijven ook goed combineren met de buitenlandse handels- en beursmissies van Amports, zoals de logistieke vakbeurs Intermodal in São Paulo.”

Was de situatie bij Amports bij uw aantreden in 2003 anders dan nu?

“Tot op zekere hoogte. De doelstellingen zijn hetzelfde gebleven, namelijk de promotie van de Amsterdamse havenregio en het aantrekken van meer ladingstromen voor de leden. Maar Amports is in de loop der jaren steeds professioneler geworden. Dat moet ook wel want de omgeving stelt tegenwoordig hogere eisen dan in 2003.

“De vereniging zit momenteel in een overgangssituatie en dat heeft weer te maken met die professionaliteit en die hogere eisen. Amports gaat in de toekomst werken met driejarenplannen. Het moet duidelijk zijn waarvoor we staan en wat we doen. Ik wens de nieuwe voorzitter daarbij alle succes toe.”

Wat bedoelt u met hogere eisen?

“Partijen stellen niet meer onbeperkt gelden of subsidies ter beschikking zonder duidelijke doelen vooraf. We worden nu meer afgerekend op wat we doen.”

Toen u aantrad als voorzitter van Amports hamerde u in ‘Zeehavens Amsterdam’ op een betere regionale samenwerking aan het Noordzeekanaal en op meer promotie voor de Amsterdamse havenregio. Bent u na tien jaar tevreden?

“Voor een groot deel wel, hoewel het nog altijd lastig blijft om zowel het grote publiek als politiek Den Haag te overtuigen van het belang van onze havenregio. De buitenwacht weet vaak niet dat we de vierde haven van Europa zijn.

“Tot mijn grote spijt heeft Amports enkele jaren geleden de scholenprojecten (Gave Haven voor de basisschool en de jaarlijkse HBO-dag, red.) moeten staken om financiële redenen. Dat is jammer omdat dergelijke projecten zeker bijdragen aan de bekendheid voor onze haven, ook bij de jongste generatie. Helaas waren er aan het eind onvoldoende sponsors.

“’De regionale samenwerking is de afgelopen tien jaar wel flink verbeterd. De gemeenten en havens langs het Noordzeekanaal werken steeds beter samen, bijvoorbeeld bij de totstandkoming van de nieuwe zeesluis.”

In 2003 speelde de discussie over de nieuwe zeesluis ook al, maar was er nog geen sprake van een doorbraak.

“Dat klopt. Ik heb onlangs nog eens mijn eerste speech tijdens het Havengildediner van 2003 teruggelezen en daarin kwam de wens voor een nieuwe zeesluis ook al nadrukkelijk naar voren. Geen wonder. De Amsterdamse havengemeenschap heeft tientallen jaren op de noodzaak gewezen. Uiteindelijk is het overheidsbesluit voor de financiering van een nieuwe zeesluis op het Havengildediner van 2009 gevallen. Minister Eurlings sprak het verlossende woord. Dat was een historisch moment voor de Amsterdamse havenregio.”

Is het Havengildediner een belangrijk promotiemiddel voor de Amsterdamse havenregio?

“Jazeker, het is bij uitstek een netwerkbijeenkomst, mede dankzij de aanwezigheid van vele landelijke politici, topambtenaren en natuurlijk de minister van Infrastructuur en Milieu. Dat ons Havengildediner met zo’n zeshonderd deelnemers een succesformule is, blijkt wel uit het feit dat inmiddels ook Rotterdam, Zeeland en Groningen Seaports een soortgelijk evenement hebben, zij het niet op de schaal als ons diner in het Okura Hotel.”

Denk u dat het Havengildediner de komst van nieuwe sluis heeft versneld?

“Het Havengildediner heeft absoluut een positief effect heeft gehad, daarvan ben ik overtuigd. Als de minister van Verkeer en Waterstaat, en later Infrastructuur en Milieu, hier jaar in jaar uit hoort dat die nieuwe zeesluis hard nodig is, dan heeft dat zeker effect. Zeker als topambtenaren en politici dat nog eens benadrukken.

“Het Havengildediner is zo’n moment waarop iedereen uit de regionale en nationale havengemeenschap elkaar tegenkomt. Nu Havenbedrijf Amsterdam NV geen gemeentelijke dienst meer is, is het Havengildediner ook een uitstekende gelegenheid om de banden tussen de havengemeenschap en het gemeentebestuur van Amsterdam weer eens te onderstrepen en aan te halen.”

U benadrukt regelmatig, in speeches en columns, het belang van de achterlandverbindingen. Hoe doet de Amsterdamse havenregio het op dit punt?

“Het is duidelijk dat een haven die zijn lading niet verder kan vervoeren, weinig voorstelt. Op het gebied van de achterlandverbindingen is de situatie van de Amsterdamse havenregio de afgelopen tien jaar sterk verbeterd.”

Kunt u voorbeelden noemen?

“De aanleg van de Tweede Coentunnel en de Westrandweg en de rechtstreekse aansluiting van Amsterdam-Westpoort op de Betuweroute zijn duidelijke voorbeelden. Een recent voorbeeld is de wekelijkse goederentrein met cacaobonen van Amsterdam naar Berlijn. Dat transport ging tot dusver via de haven van Hamburg en daarna over de weg. Kennelijk hebben wij toch betere achterlandverbindingen.

“Mede dankzij het Amsterdam-Rijnkanaal is er, met uitzondering van Rotterdam, geen haven in Europa met betere binnenvaartverbindingen naar het achterland dan wij.”

In 2003 waren er hoge verwachtingen van de Ceres-containerterminal maar die zijn helaas niet uitgekomen. Hoe verklaart u dat?

“De hoofdoorzaak is volgens mij dat de nieuwe zeesluis in IJmuiden niet op tijd – 2019 - klaar is. Want de operationele ervaring van de reders met de Ceres-terminal, later ACT, was helemaal niet slecht, integendeel. Daarmee bedoel ik de snelle afhandeling van de schepen op deze moderne terminal.

“Door de economische crisis in 2008 gingen de belangrijkste rederijen steeds grotere containerschepen inzetten. Zij vonden het te riskant om daarmee door de Noordersluis naar Amsterdam te varen. De aan- en afvoermogelijkheden van Amsterdam over de binnenwateren zijn echter uitstekend. Ik zie dan ook geen enkele belemmering om kleinere containerlijnen naar ACT te krijgen. Havenbedrijf Amsterdam trekt er in elk geval hard aan. De reders van kleinere containerlijnen zullen hier met alle egards worden ontvangen, terwijl ze in andere zeehavens achter in de rij moeten aansluiten.’

Wat ziet u als de belangrijkste successen van de afgelopen tien jaar?

“De overdekte Waterland Terminal is een groot succes. Nu hebben ook andere havens dit soort all weather terminals, maar wij in Amsterdam hadden de primeur! Voorbeelden van succesvolle clusters in onze havenregio zijn de zee- en riviercruises, olieproducten en de agribulksector, inclusief cacao. Het heeft voor een haven als Amsterdam dus zeker zin om zich op nichemarkten te concentreren.”

Moet een verstandige haven zich volgens u zich uitsluitend richten op succesvolle nichemarkten of juist op zoveel mogelijk ladingstromen?

“De Amsterdamse havenregio moet qua sectoren en ladingstromen breed en gevarieerd blijven en voldoende grote ladingstromen kunnen faciliteren. Dat betekent dat we ons niet alleen op een paar topsectoren moeten richten, want dat leidt onherroepelijk tot minder scheepvaartverkeer. En dat leidt weer tot hogere kosten voor nautische diensten als loodsen en havensleepdiensten. Dan komen we in een neerwaartse spiraal terecht.”

Vindt u de Amsterdamse havenregio divers genoeg?

“Meer stukgoed en meer containers zou mooi zijn. Maar verder is de bulksector in Amsterdam goed vertegenwoordigd met steenkool, ertsen en olieproducten.”

Kijkt u als scheepsbouwkundig ingenieur met meer dan gemiddelde belangstelling naar zaken als innovatie en ICT? En hoe doet Amsterdamse havenregio het trouwens op deze thema’s?

“Ik vind een modern haven informatiesysteem als Portbase buitengewoon belangrijk, dat is dus een voorbeeld van innovatie en ICT in onze haven. Het is erg belangrijk dat zoveel mogelijk partijen daarbij aangesloten zijn, omdat wij in Amsterdam de beperkte ruimte zo intensief mogelijk moeten gebruiken. Dat betekent dat we de aankomst- en vertrektijden van schepen heel goed op elkaar moet afstemmen. Daarvoor is een goed informatiesysteem van wezenlijk belang.”

Gaat u zich na uw aftreden als voorzitter van Amports helemaal richten op uw bedrijven WorldWise Marine en Offshore Ship Designers of blijft u iets doen op het gebied van havenpromotie?

“Ik heb geen plannen voor een nieuwe functie op het gebied van havenpromotie. Wel ben ik nog een tijdje lid van het algemeen bestuur van Amports. Zodoende blijf ik betrokken bij het wel en wee van de Noordzeekanaal.”

www.amports.nl

 

 

Contactgegevens
Offshore Ship Designers
Sluisplein 42
1975 AG IJmuiden
branches: Agents and shipbrokers
fax::+31 255 54 50 80
tel: +31 255 54 50 70

meer informatie