Airborne haalt miljoenen op voor verdere expansie

10 november 2016

 

Offshorebedrijf Airborne Oil & Gas in de IJmondhaven in IJmuiden heeft 23 miljoen euro opgehaald bij bestaande en nieuwe aandeelhouders voor verdere financiering van de onderneming. Een grote nieuwe investeerder is Saudi Arabian Oil Company, de grootste olieproducent ter wereld. Dit concern is goed voor een investering van tien miljoen euro.
Andere aandeelhouders zijn onder andere Shell, het Duitse Evonik, Chevron en groei-investeerder HPE Growth Capital uit Amsterdam. Airborne wil een deel van het geld gebruiken voor het versterken van de verkoopafdeling. De ambitie van Airborne is om internationaal meer aan de weg te timmeren. Daarom heeft het bedrijf enkele maanden geleden kantoren geopend in Houston en Kuala Lumpur. Ook gaat geld naar verdere productontwikkeling en een uitbreiding van de productie.

Airborne -250Het is de bedoeling van algemeen-directeur Eric van der Meer om het automatiseringsproces verder te verbeteren. Het offshorebedrijf richt zich op de ontwikkeling van producten uit composiet,een met vezels versterkte kunststof. Airborne heeft een methode bedacht voor buissystemen die kunnen worden ingezet voor het doorvoeren van olie vanuit de boorput naar boven. Daarbij wordt geen metalen buis gebruikt, maar een flexibele buis van composiet. Dat maakt de installatie veel goedkoper. Enkele successen heeft het vrij jonge Airborne Oil & Gas al gehaald. In de noordelijke Noordzee worden Airborne-buizen op een diepte van 1400 meter gebruikt voor het prepareren van leidingen op de bodem van de zee waar de waterdruk enorm is. Eenzelfde opdracht is uitgevoerd in Brazilië. In de Zuid-Chinese zee worden vele kilometers stalen transportleidingen vervangen door composieten buizen. Een eerste transportleiding is eerder in opgerolde
vorm vanuit IJmuiden per schip vervoerd.

Vanaf medio volgend jaar kan weer aan uitbreiding van het personeelsbestand worden gedacht, een groei van negentig werknemers naar mogelijk iets boven de honderd. Maar dit is volgens Van der Meer afhankelijk van de ontwikkelingen binnen de offshore-sector.