Amsterdam vergeet belang van haar haven

12 december 2017

 

De laatste vrijdag van november staat in het Amsterdamse havengebied synoniem aan het Havengildediner. En dat betekent samenkomen en ontmoeten, netwerken en overleggen, terugblikken en vooruitkijken, ontspannen en genieten. Maar ook een spiegel voorhouden. Dat laatste doen werkgeversvoorzitter Hans de Boer, Amports-voorzitter Peter Boers en journalist Joris Luyendijk dan ook.

HavengildeDit jaar viel die ‘laatste vrijdag’ op 24 november, terwijl de plaats van handeling andermaal het Okura Hotel in Amsterdam was. Peter Boers, naast de nieuwe voorzitter van Amports ook managing director van Oiltanking Amsterdam, opende de dans op deze 72ste editie. Leuk om te horen: als Rotterdammer prees hij de Amsterdammers om hun mentaliteit. ”Informeel, korte lijnen, gepassioneerd”, vatte Boers samen. Hij concludeert dat wij, de haven, het gewoon heel goed doen, om daarna vooruit te kijken. “We moeten groeien en nieuwe grenzen verkennen om te kunnen blijven concurreren. Daar ligt een maatschappelijke paradox, want de ruimte in deze stad is schaars.”

Kracht
Om die groei door te maken en de uitdagingen aan te gaan, ziet de voorzitter ‘drie vaarroutes’: via innovatie, verbinding en vertrouwen. Amsterdam heeft zich er altijd doorheen geslagen door zich te blijven vernieuwen, terwijl er dankzij haar strategische ligging bovendien een verbindende kracht vanuit gaat. Naar bedrijven, mensen én plaatsen. Boers: “Als we onze rol als ‘regionale verbindingshaven’ meer gaan pakken, leidt dat ook tot meer vertrouwen in de toekomst en vertrouwen in elkaar”, zo hield Boers de circa vijfhonderd gasten aan tafels vernoemd naar Amsterdamse burgervaders voor, als eerbetoon aan Eberhard van der Laan. Hoe ironisch dat die laatste opmerking niet in de laatste plaats bedoeld was voor het stadsbestuur – dat volgens Boers op elk stukje ruimte aast dat ontgonnen kan worden voor wonen, verkeer en leefbaarheid.

Beloftes
Ook in de toespraak van Hans de Boer klonk ongerustheid door. Meer precies: de VNO-NCW voorzitter is bezorgd over de achteloosheid waarmee met de haven wordt omgesprongen. De Boer refereerde met zijn opmerking aan de fietsbrug over het IJ (om ‘al het scheepvaartverkeer te hinderen’) en de gelanceerde plannen om rond de haven veertig- tot zeventigduizend woningen te bouwen. Volgens hem zit de haven in het verdomhoekje. “De stad lijkt het belang van de Amsterdamse haven voor de rest van het land weleens te vergeten.” Om daarna in herinnering te brengen dat de haven al sinds de Gouden Eeuw aan de basis staat van de welvaart van zo'n beetje heel Nederlan’. En ook: “Het belang van de haven voor het achterland is groter dan Amsterdam lijkt te beseffen." De Boer belooft dan ook dat VNO-NCW zich in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen gaat roeren om de haven bij Amsterdammers onder de aandacht te brengen. “De haven is immers ook een grote bron van werkgelegenheid. De Noordzeekanaalhavens zijn goed voor 70.000 banen tegen 39.000 op de Zuidas.” Banen bovendien niet alleen bedoeld voor hoogopgeleiden. "In een stad wonen niet alleen creatievelingen, IT-specialisten en wetenschappers. In de stad moet ook werk zijn voor mensen die voldoening halen uit de logistiek en nieuwe maakindustrie." De Boer brengt hier en daar een komische noot aan. Het voorkomt niet dat zich enige donkere wolken samenpakken boven het, van gezondheid blakende, havengebied.

Kansen niet mislopen
Met de toespraak van Joris Luyendijk ging het van donker naar zwart. De journalist houdt de havengemeenschap een prikkelende spiegel voor, geformuleerd als de ‘radicale verandering’: een omslag die niemand ziet aankomen, min of meer ook niet kán zien aankomen. Daarvoor refereerde Luyendijk aan de parabel van de Libanees-Amerikaanse auteur Nassim Nicholas Taleb, die de wereld (of een willekeurige gemeenschap) voorstelt als mensen die in al hun voorspoed, welzijn en geluk naar witte zwanen kijken. Totdat een zwarte zwaan opduikt, een even toevallige als onvoorspelbare gebeurtenis die zelfs tot een ramp kan leiden. De strekking van Luyendijks betoog: we zijn blind voor toeval en daarom lopen we kansen mis. De oplossing vogens hem is de anti-fragiele economie: een bestel dat weliswaar de klap zelf niet kan verwerken, maar daar wel op is voorbereid en klaarstaat om snel te handelen. Vertaald naar de haven: hou bijvoorbeeld rekening met de cacaostroom die opeens stokt of de kolen die worden ‘afgeschaft’ en bereid je daarop voor. Stof tot nadenken, al liepen de meningen in de zaal daarover uiteen.

Slotakkoord
Het slotakkoord was – we mogen spreken van een kleine traditie - voor cabaretier Micha Wertheim, die op zijn geheel eigenwijze het publiek uitdaagde om hem met enkele termen toe te werpen. Met als resultaat aan het einde van de avond een even onnavolgbaar als komisch en logisch verhaal over onder andere ‘Brexit’, ‘MeToo’, ‘klapschaats’, ‘kolen’,  ‘Mugabe’, ‘brug over het IJ’, ‘containerbegrip’, ‘Sylvana Simons’, ‘veegpiet’,  ‘Alice in Wonderland’ en – het kon niet uitblijven – ‘Telstar’, de voetbalclub uit Velsen. Maar ook de communicatiesatelliet die in de jaren zestig gelijktijdig zestig telefoongesprekken mogelijk maakte. Een satelliet die verbond, eensluidend de bedoeling van de avond.