Bijzonder transport voor nieuwe zeesluis

13 maart 2017

Tekst: Pieter van Hove

De Particuliere Transport Coöperatie (PTC) heeft eind februari een bijzonder transport uitgevoerd voor de nieuwe zeesluis in IJmuiden. Binnenvaartschip ms Esperanza vervoerde twee grote cementsilo’s van Dordrecht naar het sluiseiland. Niet via het Amsterdam-Rijnkanaal maar dwars door Amsterdam.

“Wij hebben ruim twintig jaar ervaring met uiteenlopende transporten maar het vervoer van deze twee cementsilo’s was bijzonder gecompliceerd.” Dit zegt Hans Hulsker, manager sales en acquisitie van de Particuliere Transport Coöperatie (PTC) in Capelle aan den IJssel.

PTC, lid van Amports, bestaat sinds 1994 als samenwerkingsverband van individuele binnenvaartschippers met een gezamenlijke vloot van vijftig schepen, variërend van 500 tot 3500 ton. Deze schepen vervoeren zeer uiteenlopende ladingsoorten, waaronder break bulk.

Staande mastroute
PTC-250Hulsker vervolgt: “De twee silo’s waren 14,5 meter hoog. Daarom konden wij ze niet via het Amsterdam-Rijnkanaal transporteren vanwege de te lage doorvaarthoogte van diverse bruggen. De enige mogelijkheid was de staande mastroute door het Groene Hart en Amsterdam. Veel zeilschepen gebruiken deze vaarweg maar voor een groot binnenvaartschip is dit uitzonderlijk. Vandaar dat we allerlei vergunningen en ontheffingen moesten aanvragen bij Rijkswaterstaat.”

Constructiebedrijf en machinefabriek Bos Wieldrecht in Dordrecht heeft de silo’s gebouwd. Ze zijn bestemd voor een mobiele cementcentrale op het sluiseiland, nodig voor de bouw van de nieuwe zeesluis. De silo’s zijn 9,5 meter in diameter en wegen zestig ton per stuk.

Door Amsterdam
Het transport is uitgevoerd door binnenvaartschip ms Esperanza van A.J. Middelkoop in Krimpen aan den IJssel, een van de aangesloten schippers. Dit Groot Rijnschip is 110 meter lang en 11,45 meter breed. Met 3388 ton is dit een van de grootste schepen in de PTC-vloot.

Het transport van Dordrecht naar IJmuiden ging onder andere via de Hollandsche IJssel, de Gouwe, de Oude Rijn en Ringvaart-Oost. Vervolgens voer de ms Esperanza via de Nieuwe Meer door Amsterdam-West. Dat ging via de Schinkel, de Kostverlorenvaart, het Westerkanaal en de Oude Houthaven naar het IJ en het Noordzeekanaal. “Er zaten enkele spannende passages op deze route,” aldus Hulsker. “Zo had het schip in de Schinkelsluis maar tien à vijftien centimeter speling. Omdat verderop de Willemsbrug niet helemaal open kon, moesten we de silo’s vastzetten aan stuurboord. Dat leverde geen stabiliteitsprobleem op, hoewel beide silo’s samen 120 ton wegen!” In verband met het zicht voor de boeg moest de schipper het stuurhuis zo’n vijftien meter omhoog zetten via het hydraulisch systeem.

Retourlading
Ondanks de harde wind verliep het transport volgens Hulsker zonder problemen. Op dinsdag 21 februari vertrok de ms Esperanza om 14.30 uur uit Dordrecht. Ondanks twee gedwongen wachttijden bij Gouda en de spoorbrug A10 in Amsterdam, arriveerde het transport donderdagochtend keurig op tijd in IJmuiden. “Voor buitenstaanders lijkt het misschien een fluitje van een cent, maar wij waren al vanaf december bezig met alle voorbereidingen,” aldus Hulsker. “Ondanks de harde wind kon het transport gelukkig doorgaan. Boven windkracht zes hadden we het moeten stilleggen.”

Na de vlotte lossing van beide silo’s voer de ms Esperanza door naar Tata Steel om staalrollen mee te nemen als retourlading. Dit gebeurde via uitgelegde kunststofrolgoten. PTC verzorgt een groot deel van het binnenvaarttransport van het staalbedrijf. “Door een optimale planning komt leegvaart bij onze schepen bijna niet meer voor!” zo besluit Hulsker.

http://ptcba.eu/