Boegbeeld: Gerben Matroos

11 juli 2018

 

DOOR TE DELEN BEREIK JE JE DOEL
Samenwerken als haven moet

In weerwil van zijn achternaam heeft Gerben Matroos geen zeemansbenen. In de haven daarentegen voelt de managing director van TMA Logistics zich als een vis in het water. "De mening van de directeur weegt niet zwaarder dan die van de secretaresse".


Schermafbeelding 2018-07-09 Om 11.46.51Boegbeeld
Boegbeeld is een persoonlijke kennismaking met een bekend gezicht in de haven – met als centrale vraag: wie is de mens achter de functie? In deze aflevering Gerben Matroos, managing director van TMA Logistics. Matroos (1965) is getrouwd en vader van een dochter (21) en een zoon (19). Het gezin woont in Monnickendam.

Een zoektocht op internet naar uw persoon levert weinig op. Geen Facebook, geen LinkedIn. Waarom is dat?
Ik vind het niet nodig. Nee, dat is niet alleen uit bescheidenheid. Ik heb op veel plekken gewoond en gewerkt, waar ik veel vrienden maakte, maar ook weer verloor. Je verandert in het leven, dus vasthouden aan relaties heeft geen zin. Facebook en LinkedIn zijn voor het bedrijf prima, maar voor mezelf, nee.

U figureert wel in deze rubriek
Dat doe ik voor de TMA Groep. In dienst daarvan wil ik me wel presenteren. Ik zit ook in het Amports-bestuur, om dat bestuur meer elan te geven. Van daaruit willen we de haven ook meer in de spotlight zetten. Daarom zit ik hier, niet om te werken aan mijn persoonlijke publiciteit.

Wat heeft u met de haven?
Alles. Ik ben geboren in Rotterdam, waar mijn vader in de haven werkte als ladinginspecteur en onder andere stuwplannen maakte. Als kleine jongen mocht ik weleens mee en ging dan die schepen op. Geweldig! Ik denk dat daar de kiem is gelegd voor mijn liefde voor de haven, een drive die altijd is gebleven. Eigenlijk wilde ik de zee op, stuurman worden. Mijn vader, maar ook andere familieleden, hebben op de grote vaart gezeten.

U heeft ook gevaren?
Op mijn zestiende, zeventiende. Tijdens de grote schoolvakantie zes weken op een coaster, reisjes naar Finland. Bleek ik heel snel last te krijgen van zeeziekte. Op de Noordzee met windkracht 7 gaat zo’n schip echt wel heen en weer. Gaat dat vaak na een paar dagen wel over, ik hing na vier weken nog over de reling. Toen zeiden ze: ‘Is dat varen wel zo verstandig?’ De zomervakantie daarop heb ik het weer geprobeerd. Weer mis. Je moet op zo’n schip ook werken, dus toen ik thuiskwam, was ik tien kilo lichter. ‘Wat is er gebeurd, man?’, vroegen ze. Ze dachten dat ik niets had gegeten, maar ik spuugde alles steeds weer uit.

U deed op tal van plekken werkervaring op. Welke plek is bepalend geweest voor uw ontwikkeling?
In de jaren bij VCK leerde ik focussen en een goed plan maken en ontdekte ik hoe belangrijk marktkennis is: waarom kan jij wel succesvol zijn en de ander niet? Dat is zo ongrijpbaar. Bij Ter Haak leerde ik hoe je leiding geeft en een team formeert. Je team is zo belangrijk, zeker in een haven waar het altijd, 24/7 hectische tijden zijn. Hier begon ik ook mijn visie op ondernemen te ontwikkelen. Aan ondernemen zitten veel risico’s. Neem alleen al arbeidsconflicten en aansprakelijkheidskwesties. Dat wordt tegenwoordig steeds gekker. Je moet je heel bewust zijn van waar je tegenaan kunt lopen. Nu is het de privacywet waar we keihard tegenaan lopen. Man, wat banken nu allemaal niet van je eisen en vragen. Ik vind het knap dat er fraudeurs zijn. Dat is toch nauwelijks meer mogelijk?

Wat is een belangrijke les die u heeft geleerd?
Denk twee keer na en ga altijd weloverwogen te werk. Om die reden moet je de leeftijdsopbouw van je team in de gaten houden. Elke leeftijd heeft zijn eigen dynamiek. Dertigers willen gewoon gaan. Dat is geweldig en moet je er ook niet uit rammen. Ook ik had altijd zoiets van: hup, dat gaan we doen. Maar naarmate je ouder wordt, leer je dat ‘nee’ ook een antwoord is. Ook al zeg je nee, je doet wel wat.

U bent tenslotte de baas
Ja, ik ben hier weliswaar de ceo, maar ik zou het prettig vinden als ze me hier wat vaker de waarheid zouden zeggen. Dat vind ik aardig aan het voetbalelftal waarin ik speel - linksachter, nee, niet bepaald de spil. Daar zeiken ze me af als ik een bal verkeerd raak: ‘Hé grijze, wat ben je allemaal aan het doen, man?’ Ik vind dat prima. Ja, grijze. Ik moet er ook nog aan wennen. Laatst stond ik in het veld en hoorde ik iemand van de tegenpartij zeggen: ‘Jij moet die grijze pakken.’ Toen keek ik nog even om me heen om te zien wie bedoeld werd…

Waarom is het prettig als collega’s u de waarheid zeggen?
Omdat kennis in je hele organisatie zit en hier meer dan tweehonderd man rondloopt. Ik wil niet teveel gewicht hangen aan iemands positie en vind de mening van de directeur niet zwaarder wegen dan die van de secretaresse. Ja, ik weet ook wel dat er hier een filter is en ze me niet altijd de waarheid dúrven te zeggen. Die cultuur probeer ik wel te doorbreken. Hoe? Nou, door het managementteam erbij te betrekken, maar ook jongere werknemers. Dat iedereen-is-gelijk heeft ook te maken met mijn opvoeding en dat ik in het Friese Kootstertille opgroeide – in 1972 verhuisden mijn ouders naar Friesland. Daar moest je nooit te veel uit de hoogte doen.

Wat betekent die opvatting voor uw relatie met andere havenondernemingen?
We kunnen alleen iets bereiken als we ‘delen’. Ik geloof niet dat ik iets alleen kan, niet als persoon, niet als bedrijf en ook niet als de TMA Groep. Ik geloof wel dat we als groep sterk zijn. En dan bedoel ik de hele haven. We moeten samenwerken, waarbij we bereid zijn een deel van onze identiteit op te geven. Allemaal zijn we een radar in het grote geheel. Door met steeds meer partijen samen te werken, kun je een groter deel van het geheel worden, maar je zal nooit hét grotere geheel worden. Ja, daar kom je weleens bedrogen in uit, maar dat neemt de ambitie niet weg.

U maakt een gedreven, maar ook – bij gebrek aan een beter woord – driftige indruk. Is het lastig met u onderhandelen?
Vroeger was ik een driftig ventje. Vooral met sport, wat weer meer te maken had met slecht tegen mijn verlies kunnen. Als jongetje hield ik het bijvoorbeeld urenlang vol om in een dampartijtje tegen mijn zus de verliezende zet niet uit te voeren. Nee, dat is geen handige emotie aan de vergader- of onderhandelingstafel. Dan denken ze: ik ben bang voor die gek. Maar het is onder controle – haha – en ik heb zelf het idee dat die winnaarsinstelling me niet in de weg staat. Ik heb nog steeds een sterke wil om te winnen en dat kan ook in discussies zijn. En als er een contract ligt, wil ik die ook winnen. Maar winnen in de sport is iets anders dan winnen in de business. In de business geldt uiteindelijk maar een ding en dat is  dat je een goed plan moet hebben en die uitvoert, dat is leidend. ‘At the end’ bepalen je klanten jouw succes. Klant is koning is een mooie uitspraak, maar kom ‘m maar eens na.