Cor Gerritsen geeft afval waarde…

12 december 2017

 

Vader van drie tennistalenten en een van de kartrekkers van de circulaire economie in de MRA. Cor Gerritsen (1958), manager key accounts Renewi/Icova, is trots maar maakt zich tegelijk zorgen over het welslagen van die circulaire economie. 

Cor GerritsenJe woont in Almere. Hoe bevalt dat?
“Al 25 jaar. Uitstekend. Ik noem het Nieuw-Amsterdam, omdat ik er veel Amsterdammers uit mijn jeugd tegenkom. Ja, geboren en getogen in Amsterdam. Met mijn vrouw zat ik in een appartementje in de Amsterdamse binnenstad. Mooie periode, leuke dingen gedaan: reizen, uit eten gaan, het stadse leven. En beiden een drukke baan. Toen brak het moment aan dat we een gezin wilden vormen. Een ‘echt’ gezin, en daar past een echt huis bij in een prettige omgeving met genoeg ruimte. Vonden we in Amsterdam niet het nestje dat we zochten, in Almere werden we meteen verliefd op een vrijstaande woning met een stukje grond. In het leven heb je ratio en intuïtie. De keuze voor Almere had alles te maken met intuïtie. Sommige dingen herken je gewoon.” 

Drie kinderen?
“Ja. Hoewel ze een eigen leven leiden, zie ik ze vaak. De rode draad in ons gezin is tennis. De jongste, Roos (18), staat op het punt om vier jaar naar Amerika te gaan om daar te studeren en intensief tennisles te volgen. Stephan (21) beweegt zich in het profcircuit, traint veel, maar komt regelmatig naar huis. Ook de oudste, Jesse (23), kan een bal slaan; hij studeert aan de Universiteit van Amsterdam en hem zien we ook vaak.” 

Hebben ze het tennistalent van hun vader?
“Die vraag vreesde ik al. Eigenlijk komen we uit een voetbalfamilie. Tennis werd in Amsterdam de hobby van mijn vrouw en ik – samen voetballen ging wat minder. Dat hebben we voortgezet in Almere. Als er dan kinderen komen, dan ga je kijken of ze een balletje kunnen slaan. Ook omdat ik denk dat het opvoeden van kinderen in een sportcultuur iets is waaraan ze veel plezier kunnen beleven. Sport lijkt op het leven: karakter tonen, winnen en verliezen, inspannen om een prestatie neer te zetten, zeker met tennis, waarin je je niet kunt verschuilen achter een team, maar het vaak de dood of de gladiolen is. Om terug te komen op de vraag: nee, mijn niveau mag geen naam hebben. Ik doe het met veel plezier, maar een profcarrière zat er voor mij nooit in.” 

Speel je zelf nog?
“Ik stond dit jaar vier keer op de baan. Een kwestie van keuzes maken. De afspraak met jezelf is vaak de moeilijkste. Maar dat gaat volgend jaar veranderen. Dan wil ik weer twee tot drie keer per week een racket vasthouden. Niet alleen voor de sport en om een beetje gewicht te verliezen, ook voor de gezelligheid.” 

Je maakt een gedreven indruk. Helpt je dat in je functie als manager key accounts?
“Ik heb in het contact met klanten een coachrol. Met hen kijk ik naar hun afvalbeheer en ik wijs hen de weg richting een circulaire bedrijfsvoering. De circulaire economie is geen kwestie meer van een behoefte, maar van noodzaak. Dat gaat verder dan alleen bedrijven, het begint al bij de consument thuis. Als je ziet wat er gebeurt in stedelijke gebieden, daar neemt de circulaire behoefte ontzettend toe door grondstoffenschaarste, groeiende bevolking, toenemende mobiliteit, fijnstof- en CO2-beleid. We moeten anders nadenken over hoe verspilling tegen te gaan. Niet alleen van energie, maar ook van bijvoorbeeld techniek, transport en uiteraard grondstoffen. In het gezin, binnen onze organisaties en in de gebieden waarin we leven.” 

Hoe wijs je een bedrijf de weg naar een circulaire bedrijfsvoering?
“Bij het tegengaan van verspilling spelen vier thema’s een rol: 1) slimme techniek, 2) mobiliteit (met minder logistiek bewegingen meer bereiken), 3) gedragsverandering en 4) VANG dat staat voor ‘van afval naar grondstof’, ofwel recycling. Die thema’s probeer ik in samenhang te plaatsen, met als doel een afval-vrije situatie. Dat is de stip aan de horizon, dat probeer ik over te brengen.” 

Vraagt dat om overtuigingskracht van jouw kant?
“Ik moet motiverend en sociaal vaardig zijn. Aan de andere kant: klanten zijn gedreven om dingen te veranderen, maar weten vaak niet hoe het op gang te brengen. Hun inzet heeft ook te maken met maatschappelijk verantwoord ondernemen en circulariteit in hun bedrijfsvoering aanbrengen. Bedrijven moeten ook wettelijk hun verantwoordelijkheid nemen. De tijd is voorbij dat verduurzaming alleen in theorie kan bestaan, bedrijven moeten het in de praktijk laten zien.” 

Voor je werk begeef je je ook in de Amsterdamse haven.
“Ik rij het hele land door, maar de meeste klanten zitten in de MRA. Bovendien ben ik bij een aantal regio-initiatieven betrokken. Mokum Mariteam bijvoorbeeld, dat zich bezighoudt met vervoer over het Amsterdamse water. Amsterdam moet wel, omdat 25 procent van haar oppervlakte uit water bestaat. Verder zit ik in de regioraad van Evofenedex, een internationale vereniging waarin zich logistieke partijen hebben verzameld en die stedelijke distributie en circulariteit onderzoekt. Een ander netwerk is de Zero Waste Foundation, dat circulaire projecten in Amsterdam promoot en organiseert. Daarvoor heb ik een soort ludieke roadshow bedacht. Mijn betrokkenheid bij deze stichting is eerder uit idealisme en doe ik in mijn vrije tijd.” 

Want je engagement voor de circulaire economie is deels uit idealisme?
“Zeker komt die voort uit de wens naar een schone wereld. Al is het voor mijn kinderen. Het schept mij veel voldoening dat ik in de gelegenheid ben om samen met klanten stappen te maken om ons van een afval- naar een grondstoffenindustrie te ontwikkelen.” 

Hoe ziet jouw werkdag eruit?
“Altijd met klanten bezig: communiceren, klantbezoeken, netwerken en veel onderweg. Ik zit nu 35 jaar in de afvalindustrie. Ooit begonnen als vertegenwoordiger bij het familiebedrijf Icova en stapje voor stapje de commerciële economie ingegroeid. Vroeger gold voor afval een simpele opdracht: zo goedkoop mogelijk weg ermee. Nu realiseren we ons dat afval waarde heeft. We moeten vooruitkijken, en de ontwikkeling net voor zijn.” 

Ik zie je volgend jaar niet drie keer per week op de tennisbaan staan.
“Ik ben redelijk druk, ja, en dat wordt alleen maar ‘erger’. Amsterdam ziet een paar ontwikkelingen op zich afkomen waarmee we aan de gang moeten. Dat betekent dat ik steeds vaker om de tafel zal moeten. Maar als ik me iets voorneem, dan doe ik het ook. Je moet het gewoon voor jezelf organiseren.” 

Maak je je zorgen?
“Over het welslagen van de circulaire economie? Daarover ben ik wel onrustig. We lijken namelijk in een transparante wereld te leven, maar veel informatie wordt bij ons weggehouden. Toch geloof ik wel in de MRA als showroom voor een ‘smart city’ in een hechte samenwerking met het havengebied. Daarin kunnen we met z’n allen echt een rol spelen.”