De (lange) weg naar cacao

21 december 2012

 

De Amsterdamse havenbedrijven en Zaanse ondernemingen spelen van oudsher een belangrijke rol in de overslag, opslag en verwerking van cacao. Dezelfde rol moeten zij nu invullen bij de verduurzaming van de cacaoketen.

Onlangs maakte hij nog profiteroles, de Franse soesjes overgoten met chocoladesaus. “Ik gebruikte Baracoa-chocolade uit Cuba met een prachtige bruinzwarte kleur, een bloemengeur en een zeer gelaagde chocoladesmaak die verbluffend lang blijft hangen.”
Jack Steijn praat over chocolade alsof hij een glas grand cru uit de Bordeauxstreek of de Bourgogne in zijn hand heeft. Volgens de secretaris van de European Warehousekeepers Federation (EWF), hebben chocolade en zijn grondstof cacao exact dezelfde potentie voor fijnproevers die kleur, geur en smaak van wijn tot in hun diepste vezels laten doordringen.
Op het moment van het gesprek is Steijn net terug van een internationaal congres in Ivoorkust, ’s werelds grootste cacaoproducent. In het West-Afrikaanse land is iedereen overtuigd van nut en noodzaak tot verduurzaming in de cacaoketen. “President Ouattara sprak erover, UNCTAD heeft een resolutie aangenomen, ngo’s (niet-gouvernementele organisaties, red.) praten mee en houden de boel scherp. Betere prijzen voor de cacao, meer scholing en kennisoverdracht, betere arbeidsomstandigheden, terugdringen van milieubelasting vormen de drijfveren van deze verduurzaming.”

Speler van formaat
Ook de Amsterdamse haven kan zijn steentje bijdragen aan de beoogde verduurzaming, betoogt Steijn. “Amsterdam is een speler van formaat. Niet alleen in de rol als veemhaven in de opslag van cacaobonen maar ook met grote cacaoverwerkende bedrijven als Dutch Cocoa, ECOM en in de Zaanstreek ADM en Cargill.”
Meer, de Amsterdamse en Zaanse regio vormen vandaag de dag met circa 600.000 ton per jaar het grootste centrum ter wereld voor verwerking van cacaobonen tot cacaoboter, -poeder en -massa. Behalve in de bekende producten als hagelslag, repen en bars vindt het cacao zijn weg in lippenbalsem en als omhulsel voor zetpillen  “Het smelt bij de lichaamstemperatuur van 37 graden,” aldus Jack Steijn.
Volgens Martin Versteeg, mededirecteur van CWT Sitos, de grootste cacaoveem van Amsterdam, is er in het eerste halfjaar wel minder cacao naar Amsterdam gekomen dan voorheen. Versteeg: “Dat heeft te maken met de nasleep van de burgeroorlog in Ivoorkust, maar ook doordat veel termijncacao (Euronext LIFFE) is afgeleverd aan de industrie. De voorraad termijncacao is historisch laag”
Versteeg vindt het moeilijk om aan het begin van het nieuwe cacaoseizoen 2012-2013 te voorspellen hoe de export vanuit Ivoorkust zich gaat ontwikkelen. Ook de oogsten vanuit Ghana zijn iets lager door een droog seizoen en problemen met ziekte. “Het cacaoseizoen is nog niet zo heel lang onderweg; de vraag is welke kant het opgaat. Mogelijk gaat Kameroen, ook een belangrijke producent in Afrika, meer produceren.”

Onderscheiden met duurzaamheid
Hoe dan ook, net als Steijn is ook Versteeg ervan overtuigd dat de Amsterdamse haven zich kan onderscheiden met duurzaamheid. “Dat is een trend die we moeten doorzetten,” vervolgt Versteeg. “We hebben daar de afgelopen jaren veel in geïnvesteerd. De Amsterdamse haven kan haar steentje bijdragen door bijvoorbeeld de aan- en doorvoer van cacao meer via het water en minder via de weg te verzorgen. De gehele logistieke keten zo duurzaam mogelijk uitvoeren, dat is belangrijk.”

Rugbybal
De cacaoproductie in de tropische landen is overigens nog altijd een wonderlijk kleinschalig gebeuren. “In een smalle strook tien graden ten noorden en tien graden ten zuiden van de evenaar gedijt de cacaoboom, die ongeveer vijfentwintig tot dertig jaar lang vrucht draagt. De productie vindt plaats op akkertjes van twee tot drie hectare, zogeheten small holders,” vertelt Steijn. De cacaobonen zitten in een rugbybalachtige schaal die de boeren zelf stuk slaan. De boom draagt dertig tot veertig vruchten per jaar; elke vrucht bevat veertig tot vijftig bonen, goed voor een oogst van tussen de één en twee kilogram per plant per jaar.
De bonen worden vervolgens gedroogd waarbij spontaan fermentatie optreedt die het vruchtvlees doet verkleuren tot de bekende bruine tint en de smaakvoorlopers van de bekende chocoladesmaak vormen. “Daarna gaan de bonen op transport naar centrale plaatsen, waarna ze in havensteden van het land terechtkomen. Van daaruit vindt het vervoer plaats in zakken, in containers of los in een scheepsruim naar onder meer Amsterdam,” aldus Steijn.

Max Havelaar
Bij de cacaoproductie in West-Afrikaanse landen als Ivoorkust en Ghana, maar ook in Nigeria en Kameroen, wordt het gebruik van insecticide met het zeer giftige lindaan gerapporteerd, terwijl ook verhalen over kinderarbeid de ronde doen. De verduurzaming van de productie moet ook hieraan een einde maken.
Versteeg ziet al een trend in het terugdringen van pesticiden. “Er wordt gewerkt aan duurzame productie methodes o.a. door de cacaoindustrie zelf. Binnen EU verband is gestart met het opzetten van een nieuw Europese normeringssysteem (CEN) waarin een duurzaame cacaoproductie wordt verankerd. Heel belangrijk is dat de European Warehousekeepers Federation alle industrietakken meekrijgt. Binnen twee jaar moet dat duidelijke regels gaan opleveren. Mijn collega-directeur Dick de Bruin zit in een van de comité’s.”
Ook Steijn ziet lichtpunten: “Vooral in het Caribisch gebied en in Latijns-Amerika produceren al veel boeren volgens de principes van keurmerkorganisaties als Max Havelaar (Fair Trade), Rainforest Alliance en UTZ Certified. Afrika komt nu ook op gang. Circa tien procent van de wereldmarkt, dus 400.000 ton van de vier miljoen ton is al gecertificeerd,” licht Steijn toe.
Dit percentage lijkt hoog, zeker als je bedenkt dat de duurzame chocolade en de campagne voor onder meer Tony Chocolony amper vijf jaar geleden zijn gestart. “Het is nog laaghangend fruit,” relativeert Steijn. “De boeren die nu meedoen, waren vaak al de koplopers. Het is van groot belang de resterende negentig procent te bereiken zodat zij ook profiteren.”
Ook om andere reden moet het aandeel duurzame cacao met spoed omhoog. “Veel partijen en landen hebben ambitieuze doelen onderschreven en gecommitteerd in convenanten. Zo wil Nederland in 2025 honderd procent duurzame cacao aanbieden aan Nederlandse consumenten. Bedrijven als Mars (Nederland) en Nestlé (Zwitserland) willen verregaand duurzaam produceren,” weet Steijn. “Maar de groei van duurzaam geproduceerde cacao gaat nu te langzaam om daaraan straks te voldoen.”

Chocoladeproeverij
Steijn is ook directeur van het festival ``Amsterdam Cocoa and Chocolate` dat medio februari 2013 op de Amsterdamse agenda staat. Daar wisselen vakmensen landbouwkundige kennis uit over de mogelijkheden om via fine flavor- en single origin-cacao (speciale chocolade met karakteristieke smaak en geur en met een herkomstbenaming) het volume duurzame chocolade extra te laten groeien. Doel is ook om een groter publiek met heuse chocoladeproeverijen erbij te betrekken.
Hij wijst er op dat de verduurzaming ook welbegrepen eigenbelang is van de cacaoverwerkende industrie. “Jongeren trekken weg uit de verlaten regio’s, dus dreigen de cacaoboeren te verdwijnen.” Daarbij komt de verwachting dat China en India veel meer chocolade gaan consumeren vanwege het sterk toenemende welvaartspeil.
“In landen als Venezuela en Ecuador hebben ze ook begrepen dat fine flavour bonen en single origin meer waard zijn, zeker als ze zich kunnen tooien met een duurzaamheidkeurmerk,” zegt Steijn. Een duurzame cacaoboon levert minstens twee keer zoveel op als een ‘bulkboon’. “Het is dan ook heel positief dat Ivoorkust, dat nu vooral producent is van bulkcacao, recent vijf regio’s heeft aangewezen die qua klimaat en bodemgesteldheid de potentie hebben om de teelt van dergelijke topbonen mogelijk te maken. Op ons festival willen we dat verder stimuleren.” Dit vergroot de toegangsmogelijkheden van deze Afrikaanse landen tot de wereldmarkt en komt de werkgelegenheid ten goede. Een sterkere economie zorgt ook voor meer politieke stabiliteit.

Moeder aller standaards
Wat de consument niet bijster helpt, is dat de keurmerken, labels en logo’s over elkaar heen buitelen. Allemaal beogen ze ongeveer hetzelfde: betere omstandigheden voor de bevolking, een beter milieu en meer inkomsten voor de boeren. Steijn werkt als voorzitter van een werkgroep mee aan een ISO-norm die de standaard voor alle standaards moet vormen. “Er komen criteria voor de people-planet-profit-doelen en de traceerbaarheid en herkomst van de boon moet geregeld worden. We ontwikkelen ook een standaard om te toetsen of een producent voldoet aan de criteria, de zogeheten conformity assessment.”
Bij UTZ Certified geloven ze in de kracht van de industrie bij verduurzaming van de productie. “Als bedrijven als Cargill en ADM zich achter duurzame cacao scharen, wordt duurzaamheid de norm in plaats van een nichemarkt,” zegt Stephanie de Heer, woordvoerder van UTZ Certified. Volgens haar is het zowel voor de luxemarkt van topchocolade als de bulkmarkt van Marsrepen van belang om te verduurzamen: “De grote jongens kunnen zowel hun afnemers verleiden om duurzame cacao af te nemen als de producenten in de herkomstlanden stimuleren om te verduurzamen. Dat kan onder meer door te investeren in coöperaties van kleine boeren, training en scholing aan te moedigen en de certificering van cacaobonen onder producenten te bevorderen.”

Scholing en training
Bij Haven Amsterdam zegt specialist James Hallworth dat zowel de haven als de veembedrijven individueel weinig directe invloed kunnen uitoefenen. “We handelen immers zelf niet en ook de veembedrijven zijn geen eigenaar van de ladingstroom. Maar dat het duurzamer moet, staat vast. De boeren moeten een betere prijs krijgen want ze stappen nu al vaak over op rubber of palmolie. Straks is er geen cacaoaanvoer meer.”
Haven Amsterdam is lid van de internationale World Cacoa Foundation (WCF), die wereldwijd een groot scala van duurzaamheidprojecten stimuleert, van bescherming van cacaorassen tot en met scholing en training. Steijn: “Ook reders, veembedrijven, producenten als Mars en verwerkers als Cargill zijn aangesloten bij de WCF. Met name deze laatste twee bedrijven steken hun nek uit.”
Cargill, gevestigd in Zaanstad, maakte recent bekend dat er nu 60 duizend boeren in Ivoorkust een speciaal trainingsprogramma volgen. “Gedurende vier jaar leren ze één dag per twee weken op een farmer field-school veilig en met mate omgaan met bestrijdingsmiddelen en zien we het belang van certificering,” vertelt Mirjam Both, woordvoerder Cargill. “Ze zien niet alleen betere oogstresultaten maar ontvangen ook een premie op gecertificeerde bonen. Meer dan 26 duizend boeren die samenwerken in 43 gecertificeerde coöperaties ontvingen 7,6 miljoen dollar aan premies.” Loopt het programma in Ivoorkust al twaalf jaar, in Kameroen, Indonesië, Brazilië en Vietnam zijn recenter soortgelijke programma’s gestart. Ook sommige afnemers van Cargill financieren zo’n trainingsprogramma.

Auteur: René Didde

www.warehousekeepers.eu
www.cwtsitos.com
www.worldcocoafoundation.org
www.cargill.nl