Het zonnetje in huis

02 november 2017

 

Als het aan Havenbedrijf Amsterdam ligt, ziet de satellietfoto van de Amsterdamse haven er in 2021 spectaculair anders uit. Onder de projectnaam ‘Zon in de Haven’ sieren binnen  vier jaar tijd honderdduizend m2 zonnepanelen het havengebied. “In alle gevallen levert het een financieel voordeel op.”

Belle Webster _Fotograaf - Foto Sanders & RozemeijerHavenbedrijf Amsterdam (HbA) heeft er nooit geheimzinnig over gedaan: groen is de kleur van het Amsterdamse havengebied, en verduurzamen is geen keuze, maar een noodzaak. Een project dat de groene koers tot uitdrukking brengt, is het vorig jaar gelanceerde ‘Zon in de haven’. Belle Webster, projectleider en programmamanager bij het Havenbedrijf Amsterdam licht toe dat het havenbedrijf in zijn strategie tot 2030 een speerpunt heeft gemaakt van de schaalsprong naar meer duurzame energie. “Hiermee willen we de opwek- en opslagcapaciteit van hernieuwbare energie − dat zijn zon, wind en warmte − in het havengebied vergroten. Onder andere via het project ‘Zon in de Haven’, dat als doel heeft om met ingang van 2021 honderdduizend m2 dakoppervlakte met zonnepanelen bedekt te hebben. Om een idee te krijgen: dat zijn ongeveer vijftien voetbalvelden, goed voor een ‘uitstoot’ van 14-16 MW. En 14-16 MW levert genoeg stroom op voor 4.200- 4.800 huishoudens.” 

Eigen locatie
Omdat een goed voorbeeld goed doet volgen, investeert het Havenbedrijf Amsterdam allereerst in eigen locaties. Dan praat je over ongeveer 12.000 m2. Daarover heeft Webster goed nieuws. Zo heeft het havenbedrijf voor zonnepanelen op de daken van al deze locaties een subsidie toegekend gekregen (Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+)-subsidie, zie kader). Gevraagd naar een locatie wijst Webster naar het dak van het kantoorgebouw van Prodock, een van de gebouwen van het havenbedrijf, waar onlangs een zonnepanelensysteem is geplaatst. “Ook voor het bolle dak van Prodock, op de loods achter het kantoorgebouw, proberen we subsidie te verkrijgen in de eerstvolgende subsidieronde die in oktober plaatsvindt.”

Meer daken
Daarmee is HbA er nog niet. Een rekensommetje leert dat de grootste winst op daken van derden (lees bedrijven in de haven) gezocht moet worden. Daarover maakt Webster zich geen zorgen, omdat de voordelen voor bedrijven volgens haar evident zijn: een combinatie van imago, kostenbesparing, vergroening en verlaging van uitstoot. “Bij elk bedrijf ligt de balans hiertussen net even anders, maar zo goed als alle bedrijven zijn op een of andere manier al bezig met het verduurzamen van hun bedrijfsvoering en het verlagen van hun CO2-voetafdruk.” Kijkt Webster verder, dan stelt ze vast dat bij een handvol bedrijven al sprake is van concrete plaatsing van de panelen. Terwijl anderen reeds subsidie hebben verkregen, maar nog een finaal investeringsbesluit moeten nemen. “Wij brengen alle ontwikkelingen zo goed mogelijk in kaart. De laatste stand is dat dit jaar 10.000 m2 wordt gerealiseerd en volgend jaar ongeveer 27.000. We zijn daarbij afhankelijk van de wil van bedrijven om daadwerkelijk tot realisatie over te gaan en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland die de subsidies verstrekt. Aanvragen van subsidie biedt immers geen garantie op het verkrijgen ervan. Maar met de mogelijke subsidieaanvragen voor de subsidierondes van oktober 2017 en maart 2018 zijn we voortvarend op weg naar de gestelde doelstelling van honderdduizend m2.” Webster spreekt daarbij de hoop uit dat de markt intussen met innovatieve, dunne panelen komt. “Veel bedrijven in het havengebied gebruiken loodsen die niet geschikt zijn om de belasting van de zware standaardpanelen op te vangen. Het havenbedrijf bevraagt de markt ten behoeve van haar eigen loodsen, zodat zij daarin bedrijven vervolgens uit eigen ervaring kan adviseren.”

Verbindende factor
De projectmanager gelooft dat het koppelen van vraag en aanbod van duurzame energie in het havengebied kansen biedt. En dat HbA in dit speelveld de verbindende factor is tussen klanten, sectoren en de maatschappij. “Wij hebben de kracht om partijen samen te brengen en om nieuwe inzichten om te zetten in concrete maatregelen.” Volgens Webster kan het havenbedrijf bij uitstek faciliteren door de mogelijkheden voor zonnepanelen op de betreffende locatie te laten onderzoeken en te faciliteren bij de aanvraag voor de genoemde SDE+-subsidie. Zoveel bedrijven, zoveel smaken, vult ze aan. Zo wenst het ene bedrijf de investering in zonnepanelen op het dak zelf te doen én de stroom af te nemen. Voor een bedrijf dat zelf zonnepanelen op haar dak plaatst, is het gebruik van de daardoor opgewekte stroom niet belast, ook wel aangeduid als ‘gebruik achter de meter’. Hierdoor bespaart een bedrijf op de stroomkosten. Weer een ander bedrijf wenst wel een bedrijfsverduurzaming, maar wil dit niet zelf financieren en biedt derden de mogelijkheid zonnepanelen op zijn dak te plaatsen. Tegen een vergoeding voor het gebruik van het dak of tegen het aanbieden van lagere stroomkosten. Webster: “In alle gevallen levert het een financieel voordeel op. Om concreet te zijn: de opdracht voor het realiseren van ruim 1,3 megawattpiek zonnepanelen wordt later dit jaar via een aanbestedingsprocedure in de markt gezet. Hiervoor kreeg het havenbedrijf al eerder een subsidie van 1,4 miljoen euro toegekend.”

Contact
Webster sluit af met de opmerking dat bedrijven die willen aanhaken, contact kunnen opnemen met het havenbedrijf. “Wij lichten dan toe welke faciliterende rol wij kunnen aanbieden. Goed om te weten, binnenkort is op de website van HbA een speciale pagina te vinden met daarop de rol van het havenbedrijf, als ook de ondernemingen die al zonnepanelen gerealiseerd hebben.”