Juridische havenzaken - File op het water: hulploon?

07 december 2016

Column: Ernst Bulthuis 

Ernst Bulthuis Jurdische HavenzakenDe drukte op het water: het kan de maritiem dienstverlener of watersporter niet ontgaan zijn. In de afgelopen decennia is het maritiem verkeer gestaag gegroeid. Dit is een mooie ontwikkeling, maar deze groei heeft ook een keerzijde. Bij het drukker wordende scheepvaartverkeer denken we al snel aan een verhoogd risico op aanvaring of gevolgen voor het milieu. Waar we niet snel aan denken, zijn de gevolgen voor hulpverlening aan schepen in nood.

Indien een schip in nood met succes wordt geholpen, kan dat voor de hulpverlener een aanzienlijke beloning opleveren. Het principe is al eeuwenoud en gaat op no cure no pay-basis. Voor de reder een dubbel gevoel. Enerzijds wil hij gered worden, anderzijds kan hem dit veel geld kosten.

De criteria voor hulpverlening zijn duidelijk vastgelegd in nationaal en internationaal recht. Voor hulpverlening dient sprake te zijn van een in gevaar verkerend schip. Gevaar betekent dat er sprake is van een situatie van dreigend verlies of nadeel waaruit het schip zichzelf niet kan redden. Zijn partijen geen hulploon overeengekomen, dan wordt het hulploon vastgesteld door de rechter. De criteria volgen uit de wet en hebben als doel het bieden van hulp door bergingsmaatschappijen aan te moedigen.

Voor de hoogte van het hulploon wordt onder andere gekeken naar de geredde waarde, de vakkundigheid van de hulpverleners, de gebruikte tijd voor de operatie, de waarde van het ingezette materiaal en met name, de hier van belang zijnde, ernst en omvang van het gevaar dat aanwezig was. 

Praktijkgeval
Twee praktijkgevallen uit de rechtspraak geven mooi weer welk gevolg het toenemende scheepvaartverkeer op de hoogte van het hulploon heeft. Het eerste geval betreft de Alexandroupolis die voor anker ligt op een ankerplaats tot het toestemming verkrijgt om de haven van Terneuzen binnen te varen. Door de slechte weersomstandigheden en de harde wind breekt het anker en drijft het schip tegen een zandbank. Het is daardoor niet meer in staat om op eigen kracht te manoeuvreren. Voor de hoogte van het hulploon hecht de rechtbank uiteindelijk veel waarde aan het feit dat er een groot gevaar bestond dat het schip in aanvaring met andere schepen zou komen, gezien de drukke vaarroute waarin het was gestrand.

Het tweede voorbeeld betreft de Atlantic Trader, waarvan de hoofdmotor was uitgevallen op de druk bevaren Westerschelde. Als gevolg hiervan dreef het schip stuurloos dwars over de vaarroute richting zee. De rechtbank benadrukte dat er zich veel scheepvaartverkeer rond de gestrande Atlantic Trader bevond. Het risico op een aanvaring met dit andere verkeer was daardoor aanzienlijk. Bij de vaststelling van het hulploon heeft de rechtbank dit feit zwaar laten meewegen.

Deze ontwikkelingen in de rechtspraak laten zien dat een toename van het scheepvaartverkeer direct van invloed is op de hoogte van het vast te stellen hulploon. Hoe drukker, hoe gevaarlijker. Hulpverlening in een drukker vaarwater wordt voor de berger dus lucratiever. Deze factor zal alleen nog maar zwaarder gaan wegen, wanneer het scheepvaartverkeer de komende jaren blijft toenemen. Een keerzijde die niet in alle omstandigheden voor iedereen dus even voordelig uitpakt.


Aan de inhoud van dit artikel zijn geen rechten te ontlenen. Voor een reactie kunt u e-mailen met:
ernst@roheadvocaten.nl