Made in the ports of Amsterdam

27 maart 2013

Infographic _mra 

De maakindustrie in de havenregio Amsterdam-IJmuiden genereert forse investeringen, kennis, werkgelegenheid en inkomsten. Toch lijkt het belang door politici en het publiek niet altijd op waarde geschat. Twee experts, Peter van de Meerakker, directeur van Zeehaven IJmuiden NV, en Dick Freling (senior econoom Kamer van Koophandel Amsterdam), pleiten ervoor de verborgen motor van het Noordzeekanaalgebied te koesteren en te onderhouden.

Amerikanen noemen het de home coming, de nieuwste tendens dat de maakindustrie hoogwaardige kennis opzoekt in plaats van lage lonen – en daarom vanuit Azië en Oost-Europa terugkeert naar de VS en West-Europa. Dick Freling: “Omdat de arbeidsproductiviteit en kennisintensiteit hier zo sterk stijgen, kunnen bedrijven beter weer in Nederland zitten. Amsterdam moet op dit re-industrialisatieproces inspelen; het alternatief namelijk is dat de Metropoolregio Amsterdam (MRA; van Lelystad tot IJmuiden en van Zaanstad tot Ouderkerk aan de Amstel, red.) een gaandeweg smallere economische basis overhoudt van handel, logistiek en commerciële diensten.”

Nieuwe banen

De maakindustrie biedt weer kansen, maar kampt nog wel met een slecht imago (‘Het is belegen, vies en er zit geen toekomst in’). Peter van de Meerakker herkent het probleem, en haast zich om te verwijzen naar composietenproducent Airborne Oil & Gas dat begin 2012, na een intensief locatieonderzoek in Nederlandse en Belgische havens, besloot een nieuwe fabriek te bouwen aan de IJmondhaven in IJmuiden. Dit leverde meteen 75 nieuwe banen voor hoogopgeleiden op terwijl dat aantal bij een toenemend succes kan oplopen tot 150. Van de Meerakker: “Airborne is even succesvol als innovatief en is goed voor hoogwaardige werkgelegenheid, hetgeen weer veel research en consultancy aantrekt. Het is een modern en supersexy bedrijf dat kan helpen bij het verbeteren van het imago van de maakindustrie bij politiek en publiek.” Freling vult aan: “De maakindustrie is tegenwoordig óf modern, óf failliet.”

De maakindustrie dus. Maar wat verstaan we daaronder? Van de Meerakker: “De industrie waarin het vervaardigen van goederen, de productie, centraal staat.” Freling: “Maakindustrie is het fysiek maken van goederen, waarbij de grondstoffen of halffabricaten moeten worden aan- en/of afgevoerd.”

Om het economische belang van de maakindustrie voor het Noordzeekanaalgebied te duiden, zijn indicatoren (cijfers) nodig. Qua overslag is Amsterdam na Rotterdam, Hamburg en Antwerpen de vierde haven van Europa met een marktaandeel van rond de acht procent in de range Le Havre-Hamburg. Uitgedrukt in tonnage laat Amsterdam van de hiergenoemde havens zelfs de sterkste groei zien sinds 2005.

De overslagstijging in de Amsterdamse havenregio treedt vooral op bij de verwerking van olieproducten (omdat het blenden van benzine toegevoegde oplevert, scharen we ook deze sector onder de maakindustrie, red.) In dit segment is Amsterdam zelfs de belangrijkste benzinehaven ter wereld. De havenregio heeft deze positie verder versterkt nu de nieuwe, grote olieterminal van Vopak (opslagcapaciteit 1,2 miljoen m3) de Afrikahaven siert. Ook steenkool heeft een groei in het overslagvolume laten zien.

Toegevoegde waarde

Een tweede indicator is de toegevoegde waarde, het verschil tussen de marktwaarde van productie en de daarvoor ingekochte grondstoffen. Ter aanvulling hierop onderscheidt Van de Meerakker twee economische effecten: achterwaarts en voorwaarts.

Eerstgenoemde is het effect van de binnenkomst van grondstoffen richting de maakbedrijven; er worden goederen en diensten ingekocht, wat allerlei bedrijvigheid met zich meebrengt. Het voorwaartse effect daarentegen treedt op als (half)fabricaten de fabriek verlaten.

Een voorbeeld van een voorwaarts effect ook is de komst van het Europese hoofdkantoor van Starbucks Coffee in de Amsterdamse haven nadat het bedrijf eerst al een branderij voor koffiebonen van de koffiegigant in de MRA heeft geopend. Van de Meerakker legt uit: “Door de aanwezigheid van de maakindustrie gaat de schoorsteen roken en wordt zuurstof aangetrokken. Die zuurstof trekt meer bedrijven aan en jaagt meer bedrijvigheid in het omliggende gebied aan.” Freling vult aan: “Denk aan de bakker die dagelijks brood bij de fabriek aflevert voor de lunch, de bloemist die de planten in het gebouw verzorgt, een interieur en een softwarebedrijf. Onderschat ook niet de inkoop van hooggespecialiseerde diensten waarin allerlei contracten en financieringsarrangementen rondgaan – met alle werk van dien.”

In dit licht wijst Van de Meerakker op het belang van de aanwezigheid van Tata Steel in de Amsterdamse havenregio: “Tata Steel is de belangrijkste representant van de maakindustrie. Als dat bedrijf niest, dan is het hele bedrijfsleven verkouden.”

Ook Freling benadrukt dat de maakindustrie een aanzienlijk onderdeel is van onze regionale economie. “Haal je de maakindustrie eruit, dan verlies je schaalvoordelen.” Van de Meerakker noemt als voorbeeld de betaalbare nautische dienstverleners in de regio: “Omdat er zoveel schepen gelost moeten worden, zijn er veel sleepboten, loodsen en vletterlieden. Zonder industrie komen er minder zeeschepen, waardoor de havenaanloopkosten voor de andere schepen hoger worden. Dan betaal je per sleepje opeens zoveel meer. Hoe groter de schaal waarop je kunt opereren, des te efficiënter je personeel en materieel kunt inzetten tegen lagere kosten. De maakindustrie is een muur. Trek je er een steen uit, dan is de kans aanwezig dat de muur omvalt.”

Werkgelegenheid

Een opvallende ontwikkeling in de Amsterdamse maakindustrie is een dalende werkgelegenheid die gepaard met een explosieve stijging van de arbeidsproductiviteit. Freling: “De werkgelegenheid in de maakindustrie daalt maar de arbeidsproductiviteit stijgt sneller. Wat wij tegenwoordig met één man doen, doen ze in China nog met honderd man. De bestaande arbeidsplaatsen in ons gebied zijn kennisintensief. Het aantal arbeidsplaatsen mag dan dalen, het opleidingsniveau van die plaatsen stijgt.”

Van de Meerakker wil – om een beter beeld te krijgen - graag een onderscheid maken tussen directe en indirecte werkgelegenheid. “Directe werkgelegenheid is het aantal werknemers werkzaam in de havenindustrie. Dat zijn bijvoorbeeld de negenduizend mensen op het bedrijfsterrein van Tata Steel. Maar indirect genereert de maakindustrie in de MRA nog veel meer arbeidsplaatsen. Met andere woorden: hoewel er geen sterke groei is van het aantal banen, is het werkgelegenheidsbelang aanzienlijk, ook in indirecte zin.”

Freling meent dat in de werkgelegenheidcijfers de crux van de discussie zit: de maakindustrie levert een groeiende productie met steeds minder werkgelegenheid, dankzij de sterk toenemende arbeidsproductiviteit. Dit kan door permanente innovatie in de productieprocessen. De industrie is zeer kennisintensief en ook een motor voor consultants, zowel uit het eigen concern (bijvoorbeeld Shell Research in Amsterdam-Noord en Tata Consultancy Services op de Zuidas) als uit zakelijke dienstverlening en universitaire kenniscentra.

Exportwaarde

De exportwaarde is de waarde van goederen in euro’s die naar het buitenland gaan. Twee jaar geleden heeft de Kamer van Koophandel Amsterdam een en ander laten uitzoeken in het rapport van het onderzoeks- en adviesbureau Buck Consultants International (BCI): Maakindustrie: stuwende kern van de economie in de metropoolregio Amsterdam (2011).

BCI gaf in dat rapport aan dat de maakindustrie ongeveer veertig procent van de export van de MRA voor haar rekening neemt. Overigens schat ING de export van de Nederlandse industrie op 180 miljard, grofweg twee derde van de Nederlandse export. Interessant cijfer is dat 20 procent van de export uit de MRA op conto komt van het NZKG.

Waardeketens

Het eerdergenoemde BCI-rapport benadrukt dat het zaak is om te (gaan) denken in waardeketens voor de havenregio. Er zijn respectievelijk basisindustrie (zoals Cargill, Tata, Meneba), zelfscheppende industrie (Forbo, G-star, Stork, Draka, Fokker, Duyvis Wiener, Meijn), toeleveranciers (ASM, ADK, Hordijk, De Voogt) en dienstverleners (NUON, DHL, Oxxio, Takenaka). BCI noemt als perspectiefvolle waardeketens basismetaal en metaalelektro, procesindustrie/klimaat- en regeltechniek, food, aerospace, fashion en fijnchemie.

Deze strekking wordt bevestigd door een recent rapport van ING: My industry 2030; Nederland gaat het maken. Dit rapport adviseert om als Nederland te kiezen voor een sterke maakindustrie. Juist vanwege de link tussen kennisintensieve productie, consultant- en adviesdiensten, R&D-centra en fundamentele research op universiteiten. Freling daarover: “MRA moet natuurlijk niet de concurrentie met de brainport Eindhoven gaan zoeken, maar je hoeft ook niet met de rug naar deze ontwikkelingen te gaan staan.”

Contactgegevens
Tata Steel
Wenckebachstraat 1
1951 JZ Velsen-Noord
branches: Industrie and trade in the port area
fax:+ 31 251 470 000
tel: + 31 251 499 111

meer informatie