Meer ruimte voor scheepvaart op de Noordzee

04 november 2013

Bron: Zeehavens Amsterdam
Tekst: Jan van den Berg 

Pag . 13 Infographic DEF 7-10Het wordt drukker op de Noordzee. Om ruimte te scheppen voor scheepvaart en de offshore windparken heeft Rijkswaterstaat per 1 augustus de vaarroutes aangepast. De veiligheid neemt hierdoor toe, ook in de IJ-geul naar IJmuiden.  

Sinds 1 augustus moet de scheepvaart op het Nederlandse deel van de Noordzee zich houden aan nieuwe vaarroutes. “De aanpassing hiervan heeft ruim vijf jaar geduurd,” zegt Aart Hiemstra, adjunct-havenmeester van Havenbedrijf Amsterdam NV.

“Wij en onze collega’s in Rotterdam zagen jaren geleden dat er erg veel ruimte werd gereserveerd voor de bouw van offshore windparken. Voor de scheepvaart was er niet overal genoeg ruimte om veilig te kunnen varen. In overleg met Rijkswaterstaat en bedrijven die de parken willen gaan bouwen, hebben we de vaarroutes kunnen aanpassen.”  

Klik op de afbeelding om de infographic te vergroten.


Drie nieuwe windparken

Aanpassing van de vaarroutes geeft zowel dicht bij de kust als verder op de Noordzee voldoende ruimte voor offshore windparken. Zo heeft de rijksoverheid in het Nationaal Waterplan zo’n zestig kilometer ten westen van IJmuiden aangewezen voor de bouw van nieuwe windmolenparken.

De komende jaren wordt hier niet gebouwd. Wel komen er in Nederland in totaal drie parken bij: één op 23 kilometer uit de kust bij Noordwijk (Luchterduinen van 129 MW, oplevering in 2015, red.) en twee op zestig kilometer ten noorden van de Waddeneilanden. Er zijn plannen voor nog eens negen parken op het Nederlands deel van de Noordzee.

Een van de veranderingen is dat de drie vaarroutes vanuit Rotterdam naar het noorden, zijn samengevoegd tot één nieuwe route. Deze ligt verder uit de kust waardoor er meer ruimte ontstaat voor offshore windparken. Daarnaast heeft Rijkswaterstaat de veiligheidszone tussen de parken en vaarroutes verhoogd van 500 tot circa 3700 meter (twee zeemijl, red.) Hiemstra noemt dit een belangrijke verbetering van de veiligheid.

Dit geldt ook voor aanpassingen rond de IJ-geul voor diepstekende schepen naar IJmuiden. In de aanloop naar deze geul heeft Rijkswaterstaat een verkeersscheidingsstelsel in het leven geroepen. In- en uitgaande schepen hebben nu hun eigen route. Daarnaast zijn de mogelijkheden voor schepen om de IJ-geul te kruisen sterk beperkt. 

Gemakkelijker uitwijken

“Dat is nodig, want een schip dat alleen in de IJ-geul kan varen, kan niet uitwijken voor een ander schip dat van stuurboord komt,” verduidelijkt Hiemstra. “Vroeger was er wel eens onduidelijkheid bij kapiteins maar dat is nu verleden tijd.”

Voor 1 augustus was er bij IJmuiden één ankergebied, dat noordelijk van de IJ-geul lag (zie infographic, pag. 11). Nu is er een tweede ankergebied aan de zuidzijde van deze geul. Dit gebied is bedoeld voor schepen die richting IJmuiden gaan. Het noordelijke gebied is voor uitgaand verkeer. Ook deze scheiding verhoogt de veiligheid. 

Scheepswrakken

Het opruimen van scheepswrakken staat formeel los van de herinrichting van vaarroutes, maar houdt er wel mee verband. Zo heeft Rijkswaterstaat deze zomer een onbekend scheepswrak gedeeltelijk opgeruimd dat aan het begin van de IJ-geul ligt, op circa vijftig kilometer afstand van IJmuiden. Een deel van het wrak kan blijven liggen omdat het diep in de zeebodem ligt.

De herinrichting heeft wat wrakken betreft overigens één onvoorzien voordeel, zegt Hiemstra. “Er lag voor de kust van IJmuiden een wrak, waarvan het opruimen erg duur zou worden. Nu de vaarroutes zijn aangepast, komen er geen schepen meer in de buurt en kan het dus blijven liggen.” 

www.rijkswaterstaat.nl
www.portofamsterdam.nl