Niron Staal heeft de wind eronder

03 april 2013

Niron -Staal 

Niron Staal (1985) is gespecialiseerd in staalconstructies en machinale bewerkingen. Nu het kabinet de ambitie heeft geformuleerd om in 2020 een vermogen van 6000 MW aan windenergie te installeren, dienen zich mogelijkheden aan voor de Amsterdamse havenregio in het algemeen - en voor Niron Staal in het bijzonder.

In de hal ruikt het naar snijolie en metaal. Tientallen mannen zijn op diverse plaatsen bezig met onderhoudswerkzaamheden aan kraanonderdelen, scheepsschroeven, roeren en cutters voor baggerschepen.

Bij Niron Staal op het NDSM-terrein in Amsterdam-Noord is het eind januari een drukte van belang. “Het mooie is dat wij niet alleen groot onderhoud uitvoeren aan de schepen van rederijen, ook het personeel dat in dienst is van die rederijen krijgt hier de ruimte om zelf onderhoud te verrichten”, zegt Harco Groen, general manager van Niron Staal. De werktuigbouw- en bedrijfskundige werkt al 21 jaar op deze werflocatie, waarvan twee jaar bij het in staalconstructies en machinale bewerkingen gespecialiseerde bedrijf.

Baggerschepen, RoRo-schepen, jack-ups, kabelleggers, grote vistrawlers en offshorevaartuigen die bijvoorbeeld olie- en gasvoorraden exploreren, weten de weg te vinden naar de vier grote dokken van zusterbedrijf Shipdock in Amsterdam-Noord. De scheepswerf bestaat al sinds 1928, destijds de hoogtijdagen van de Amsterdamse scheepsbouw. De Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij (NSM) zetelde in het Amsterdamse Oosterdok, had uitbreiding nodig en vond die als Nederlandsche Dok en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM) langs de Cornelis Douwesweg in Amsterdam-Noord, pal tegenover de Houthavens.

Shipdock is te zien als een voortzetting van deze illustere bedrijfstak in de haven. Niron Staal - de naamsverandering van Nista dateert van 1993 - stamt oorspronkelijk uit 1985. Sinds 2006 is Niron Staal integraal onderdeel van buurman scheepsreparatiewerf Shipdock die voor veel werk zorgt.

Een grote klus op het moment van schrijven vormt de vervanging van een kraanvoet (pedestal) op een schip dat buiten in de ijzige januarikoude in het droogdok ligt. “Dat schip,” wijst Groen, “zal met de nieuwe kraan straks de enorme pijpen voor windturbines van boord kunnen hijsen zodat ze daarna in de zeebodem worden geheid. De constructie van windturbines op zee kan daardoor sneller verlopen.”

Groen toont ingenieuze tekeningen van metalen bouwwerken waarop deze pijpen in horizontale stand op een schip zijn te vervoeren naar de bouwplaats op zee. In deze grote stalen kooiconstructie is ook ruimte om de enorme rotorbladen en generatoren veilig te vervoeren.

Innovatieve kantelconstructie

“We verwachten hier binnenkort ook een innovatieve kantelconstructie te bouwen waarmee de pijpen op zee kunnen worden gedraaid voordat ze de zeebodem ingaan,” zegt Groen. De manager van Niron Staal wijst erop dat windenergie op zee een grote impact heeft op de innovatieve maakindustrie in de regio. “We hebben er in Nederland twintig jaar over gedaan om 2000 megawatt (MW) op land en zee te installeren. Nu het nieuwe kabinet de ambitie formuleert om in 2020 liefst 6000 MW aan windvermogen te installeren, kun je je voorstellen hoeveel schepen hiervoor aangepast en onderhouden moeten worden”, analyseert Groen. Hij wijst erop dat de economische stimulans voor de Amsterdamse havenregio nu eens niet ten koste gaat van een andere haven. “Dit is een volstrekt nieuw marktgebied waarvan diverse partijen profijt kunnen trekken.”

Als zo’n ‘installatieschip’ zich aandient dan is er plots veel extra werk, meer dan dat de vijftien vaste medewerkers en 35 in een los dienstverband aankunnen. “We kunnen in die gevallen terecht bij zes uitzendbureaus waar ervaren en gecertificeerde staalwerkers staan ingeschreven en van wie de meesten al eerder bij Niron Staal hebben gewerkt.”

Groen wijst ook op een nog onontgonnen terrein in deze nieuwe branche, waar mogelijk Amsterdamse innovaties van pas kunnen komen. “Al die windturbines op zee moeten straks ook onderhouden worden. De eerste vijf jaar na de bouw vallen ze nog onder de garantie van de bouwer, maar daarna moeten de turbines op zee regulier onderhoud ondergaan. Nu nog vaart een schip met een sideship naar bijvoorbeeld een kapotte turbine, de monteur springt onder best gevaarlijke omstandigheden op het bordes van de windmolen en begint aan de reparatie. In de toekomst zullen dit soort werkzaamheden sterk worden geprofessionaliseerd tot serviceschepen die min of meer permanent in de buurt van de windmolenparken liggen.”

Tientallen schepen nodig

Er staat veel op het spel. Bij de huidige terugleververgoeding van dertien eurocent per kilowattuur betekent een uitval van één dag een slordige 15.000 euro inkomstenderving per dag. Een park van 150 windturbines vormt een lucratieve businesscase en daar liggen grote kansen, aldus Groen. “Wij zouden in Amsterdam en ook verder in de IJmondregio een dienblad kunnen vormen voor de constructie en inrichting van dergelijke zeer specifieke schepen waarvan er naar schatting tientallen nodig zijn. Binnen de belangenvereniging AYOP (Amsterdam IJmuiden Offshore Port) en de daarbij aangesloten bedrijven zouden we de beheerders van de windmolenparken en de energiebedrijven het totale onderhoudspakket kunnen aanbieden. Door in een zo vroeg mogelijk stadium met de constructiebedrijven in contact te komen, kunnen we in co-makership samen optimale engineering mogelijk maken.”