Rondje langs Zeehavens Amsterdam: Koen Overtoom

01 maart 2017

Tekst: Eveline Papa

Wat zijn de resultaten van 2016 en wat zijn de plannen, op hoofdthema’s, voor het komende jaar voor de Amsterdamse havenregio? Zeehavens Amsterdam maakte een rondje langs de velden.

Koen -Overtoom -HF3Koen Overtoom, CEO Havenbedrijf Amsterdam ziet alle ontwikkelingen in de havenregio vol vertrouwen tegemoet: “Ik verwacht de komende jaren groei van de overslag omdat een aantal investeringen zich doorzet, met name in de olie. Zo heeft Zenith bijvoorbeeld BP overgenomen, dat draagt bij aan de groei. Wat kolen betreft zie je dat de omvang aan het dalen is. De voorraadpositie loopt terug. Dat speelt al een tijd. De tweede helft van 2016 was veel beter dan de eerste, omdat die kolenvoorraad al op een ijzeren voorraad zat. Maar doordat de vraag in de tweede helft van 2016 toenam zijn we met kolen uiteindelijk toch nog op 16 miljoen ton uitgekomen, een daling van 7,5 procent ten opzichte van 2015. De agribulk is gedaald met 14 procent. Daar zijn drie redenen voor: de vrachtprijzen zijn gedaald, want veel meer vracht wordt rechtstreeks met kleinere schepen geleverd. Soja is minder belangrijk geworden. Het wordt vervangen door andere producten uit Oost-Europa, zoals raap en mais. 

En de derde oorzaak is de toenemende concurrentie van buitenlandse havens. De resultaten in het stukgoed segment zijn afhankelijk van de aanwezigheid van grote projecten in de havenregio. Dus dat fluctueert wat meer.”

Grote thema’s 2017
“Er gebeurt op heel veel vlakken heel veel. De haven én het havenbedrijf blijven zich ontwikkelen. We werken continue aan het verbeteren van het vestigingsklimaat en de veiligheid. Dat doen we door veel te investeren in innovatie op het gebied van verduurzamen. En door het aantrekken van, en samenwerken met bedrijven die actief zijn in de circulaire economie (van afvalstoffen grondstoffen maken, red.).”

Wat zien we terug?
“Waar we bijvoorbeeld heel trots op zijn is de komst van Feadship, voor de bouw van superjachten. Dat is goed voor de Amsterdamse havenregio en heeft een aanzuigende werking op andere bedrijven. Het betekent veel werkgelegenheid, veel investeringen en hoge innovatie, terwijl het geen tonnen oplevert in de zin van overslag. En dat is meteen een interessante ontwikkeling: ons traditionele businessmodel is gebaseerd op inkomsten uit erfpacht en zeehavengelden, terwijl die benadering gezien alle ontwikkelingen eigenlijk niet meer opgaat. Kijk bijvoorbeeld naar de ontwikkelingen op het gebied van hernieuwbare energie. We gaan 20.000 m2 zonnepanelen plaatsen en hebben afgelopen december een deal gesloten met Eneco, waardoor we door onze deelname in een windmolenpark duurzame energieleverancier worden. Daarmee slaan we een nieuwe weg in, want ook daar meet je je resultaten niet in tonnen.

Natuurlijk zeggen die cijfers wel iets, maar je moet ook de toegevoegde waarde van alles wat we voor de stad doen op het gebied van circulaire en hernieuwbare energie in je resultaten meenemen.” 

New business
Overtoom vervolgt: “Je ziet die positieve ontwikkelingen ook terug in onze bedrijfsvoering. De ‘new business’-tak, waar alle vernieuwende initiatieven worden ontwikkeld en opgezet, is meer onderdeel van de uitvoering geworden. Dat betekent dat we meer concrete resultaten kunnen boeken op het gebied van duurzaamheid, innovatie, veiligheid en digitalisering. In 2016 is bijvoorbeeld de dynamische sluisplanning en het Binnenvaart Ligplaats Informatie Systeem (BLIS) ingevoerd, waardoor we de binnenvaart veel beter kunnen faciliteren en schepen op afstand ligplaatsen kunnen reserveren. En in combinatie met die ligplaatsen en het gebruik van walstroom is een slim systeem voor energie-inkoop ontwikkeld, waarbij je kunt zien waar je goedkoop stroom kunt inkopen. Nu we die zonnepanelen hebben en ook energieleverancier zijn, moet je daar slim mee omgaan. Een overschot aan energie kun je goed inzetten. Daarmee kun je het ook goedkoper aan je klanten aanbieden op termijn. We zijn met een pilot bezig. Dat levert nu al een energiebesparing van 15 procent op. Een ander voorbeeld van innovatie zijn de sensoren aan de IJpalen voor de sluis. Deze sensoren kunnen aangeven of er onderhoud nodig is; een slimme oplossing op afstand.” 

“En we kijken natuurlijk ook naar de vraag van onze klanten: Als nieuwe bedrijven zich willen vestigen in het havengebied komt daar een heel wat bij kijken, ze hebben bijvoorbeeld een omgevingsvergunning nodig. Dat traject kan zomaar een jaar duren, dus het is goed om dat gelijktijdig op te starten als wij in gesprek gaan met een klant. Daarom werken wij sinds dit jaar met de Omgevingsdienst samen om dat soepeler te laten verlopen. Ook passen we het ‘plug & play’ concept toe in onze haven door bijvoorbeeld kades aan te leggen en vergunningen aan te vragen. We werken vooruit, zodat we het ook snel kunnen uitgeven. Daarmee kunnen we een hoop tijdwinst boeken en gemak voor de klant creëren. Dit concept zie je ook terug bij Prodock, waar startups en scale-ups zowel binnen- als buitenruimte kunnen huren om hun producten te testen en verder te ontwikkelen. De hele infrastructuur is aanwezig.” 

“En wat veiligheid betreft, we willen een brandweerkazerne in ons havengebied met toegewijde brandweermensen. Het voordeel daarvan is dat er veel meer gedaan kan worden aan preventie en het controleren van risico’s. Door de energietransitie naar een meer circulaire en ‘biobased’ economie, waarbij schonere energievormen zoals biobrandstoffen en LNG een groter aandeel krijgen, verandert ook het risicoprofiel. Dat willen we in kaart brengen en meer gaan monitoren.
En wat ik in dat verband nog als laatste wil noemen is de Safety Deal met Sonneborn die we in 2016 hebben gesloten. We hebben samen met het ministerie geïnvesteerd, waardoor Sonneborn de benodigde zwaveltrioxide SO3 voor hun productie op eigen terrein kan maken en alle risico’s die daarmee gepaard gaan, beperkt blijven tot het eigen terrein.”

Brug over het IJ
“Die ontsluiting moet gebeuren, dat is duidelijk. Alleen hebben wij liever een tunnel dan een brug. Grote zeecruiseschepen kunnen straks niet meer naar de PTA, want die draaien na het stuk waar de brug komt. Hiermee sluit je in dat geval wel een belangrijke doelgroep buiten, een doelgroep die geld uitgeeft in de stad en de regio. Natuurlijk, het is druk in de stad, maar als je kijkt naar het aandeel van de cruisepassagiers in dat geheel is dat hooguit 1,5 procent op het totaal aantal bezoekers dat de stad aandoet. We vragen ons af of het verschuiven van de PTA dat enorme verschil gaat maken als het doel een minder drukke binnenstad is. Maar als die brug er toch moet komen, dan moet die nautisch veilig zijn. Over veiligheid valt niet te onderhandelen. Een belangrijk dossier waar nog veel over gesproken moet worden. Wordt vervolgd.”