Stormschade? Niet mijn fout!

02 november 2017

 

De zomer is voorbij en de herfst deed zijn intrede. Dat betekent ook de komst van herfststormen. Het kan menigeen niet ontgaan zijn dat in het Caribisch gebied orkanen flink hebben huisgehouden. Wat betekent dit grillige weer voor de koopvaardij?

BulthuisBij stormen op zee denkt men al snel aan schepen in nood. Daarbij kan eveneens omvangrijke schade aan de lading ontstaan. De lading kan bijvoorbeeld gaan schuiven, overboord slaan of nat worden.

Een van de hoofdverplichtingen van een zeevervoerder is om voor een zeewaardig schip te zorgen. Het schip moet fysiek de reis kunnen doorstaan. Daarnaast moet het schip geschikt zijn om de lading te ontvangen en er dient een behoorlijke bemanning te zijn. De ruimen moeten geschikt zijn voor het type lading, en de bemanning moet gekwalificeerd zijn. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan de zeevervoerder aansprakelijk zijn voor schade aan de lading, door onzeewaardigheid of het niet ladingwaardig zijn van het schip.

Aansprakelijkheid
Maar ook op een zeewaardig schip kan door hevige weersomstandigheden nog steeds grote schade aan de lading ontstaan. Is de zeevervoerder voor deze schade dan altijd aansprakelijk?

Dit is niet het geval. Het nationale en internationale recht bevat een ontheffing van aansprakelijkheid (een zogenaamde exceptie), waarop de zeevervoerder een beroep kan doen. De zeevervoerder is namelijk niet aansprakelijk voor schade of verlies van lading die is ontstaan door gevaren van de zee ("perils of the sea"). Voor een geslaagd beroep op deze overmachtsbepaling hoeft het gevaar niet onvoorzienbaar te zijn (men kon de storm zien aankomen), maar de schadelijke gevolgen daarvan moeten wel onvermijdelijk zijn. Een goed vervoerder zou bij dit gevaar dus niet in staat zijn geweest om schade aan de lading te voorkomen, bijvoorbeeld door er omheen te varen.

Voorbeelden
Twee voorbeelden uit de rechtspraak geven goed weer hoe hiermee wordt omgegaan. Het eerste geval betreft het vervoer van stalen flessen kwik in containers aan boord van ms Poeldijk. Tijdens de reis op de Atlantische Oceaan komt het schip in een storm terecht. Hierdoor is de lading gaan schuiven en zijn de flessen kwik beschadigd. De vervoerder doet een beroep op de eerdergenoemde overmachtsbepaling. Echter, volgens de rechtbank kan de vervoerder de perils of the sea-exceptie niet inroepen, omdat de containers met flessen niet goed waren gestuwd. De schade was daarmee niet onvermijdelijk.

Het tweede voorbeeld betreft het vervoer van een partij Butyl aan boord van ms Grotedijk. De lading werd beschadigd afgeleverd, veroorzaakt door een hevige storm tijdens de reis. Ook hier beroept de vervoerder zich op de perils of the sea-exceptie. De rechtbank bepaalde dat de vervoerder met succes de ontheffing had ingeroepen. De omstandigheden van wind en zee waren zo krachtig en uitzonderlijk (golfhoogten van meer dan 10 meter en windkracht 10), dat een normale, deugdelijke stuwage hier niet op berekend had hoeven zijn. De schade aan de lading was dus onvermijdelijk.

Met het aankomende stormseizoen in het achterhoofd, is het dus van cruciaal belang dat de zeevervoerder, voor en bij aanvang van de reis, voldoende zorg besteed aan schip en lading. Alleen in die gevallen zal een eventueel beroep op de perils of the sea-exceptie slagen. Anders kan deze herfst wel eens duur uitpakken voor de zeevervoerder.