Visie 2040 voor het Noordzeekanaalgebied gepresenteerd

10 juni 2013

Visie Noordzeekanaalgebied

ARTIKEL ZEEHAVENS AMSTERDAM ǀ THEMA: RUIMTE VOOR DE HAVEN

Er kan veel in het Noordzeekanaalgebied. De combinatie van wonen, werken en recreëren is zelfs de charme. Maar hoe ziet het gebied eruit in 2040? Er is geen glazen bol nodig om te zien dat de druk op de ruimte hoog is en blijft, zeker als de regio zich in dit tempo blijft ontwikkelen. Het is dus nodig om ver vooruit te kijken en plannen te maken. ‘Zeehavens Amsterdam’ sprak met drie betrokkenen van het eerste uur over de Visie 2040 voor het Noordzeekanaalgebied. 

Auteur: Eveline Papa 

In 2012 zijn het Rijk, de provincie Noord-Holland en de vijf gemeenten langs het Noordzeekanaal (Amsterdam, Beverwijk, Haarlemmerliede & Spaarnwoude, Velsen en Zaanstad) begonnen om de eerste contouren te schetsen voor wat nu de Visie Noordzeekanaalgebied 2040 is. Dat hebben deze overheden niet alleen gedaan. Ook diverse belanghebbenden, zoals bedrijven, maatschappelijke organisaties en bewoners, zijn betrokken bij dat proces.

“Dit maakt de Visie 2040 een breed gedragen plan,” zegt projectleider Ton Bossink. “De combinatie wonen, werken en recreëren draagt bij aan de versterking van de concurrentiepositie van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Op dit moment stagneren de ontwikkelingen doordat er te weinig milieuruimte is. Nieuwe bedrijven moeten zich hier gemakkelijker kunnen vestigen en woningbouwlocaties zouden iets minder beperkingen moeten hebben. Eén ding is duidelijk: we moeten kunnen inspelen op de toekomstige vraag naar ruimte.” 

Intensiveren

Om functies als wonen en werken met elkaar te mengen, wordt er gedacht aan intensiveren. Dit houdt in dat men in het bestaande industriegebied de ruimte efficiënter moet benutten, en dat er moet worden gezocht naar oplossingen voor het dichterbij elkaar plaatsen van woningen en bedrijven. Daarvoor moet wel de geluidszone worden aangepast. Een gevolg daarvan is meer geluidsoverlast in de (nieuwe) woongebieden.

Daar staat echter wel tegenover het wonen op een aantrekkelijke locatie, waarbij ook maatregelen nodig zijn om de hinder binnen de perken te houden. Denk aan het gebruik van gebouwen als geluidswering en aan woningisolatie. Bossink: “We verwachten van de toekomstige bewoners dat zij zich realiseren dat er bij die nieuwe locaties een bepaalde geluidsbelasting hoort. Daarbij hoort natuurlijk ook voortdurend overleg tussen de bewoners en de veroorzakers van die geluidsoverlast. De haven van Hamburg geldt hierbij als een succesvol voorbeeld. Dit idee gaan we verder uitwerken als het bestuurlijke proces rond de Visie 2040 is afgerond.”’ 

Volgens Borssink ligt er een aantal opgaven in het Noordzeekanaalgebied. “Enerzijds is dat de vraag naar ruimte en naar groei van de haven en de industrie, anderzijds gaat het om een prettige leefomgeving voor de huidige bewoners. Daarbij moeten we goed kijken naar de milieubelasting en daarvoor een oplossing zoeken. In de Visie 2040 zoeken we naar manieren om de diverse kwaliteiten van het Noordzeekanaalgebied met elkaar te verbinden. Alleen op die manier kunnen we een wezenlijke bijdrage leveren aan een betere internationale concurrentiepositie van de Metropoolregio Amsterdam, de regionale en nationale economie. Gelukkig kunnen we daarover nadenken met alle partijen die bij de visie zijn betrokken. Iedereen heeft er baat bij om het beste eruit te halen.” 

Behoefte aan helderheid

Rein Aarts, adjunct-directeur van ondernemersvereniging ORAM, zegt over de Visie 2040: “Wat ons betreft zijn er drie dingen belangrijk: helderheid, helderheid en helderheid. Dat blijkt ook uit het recente onderzoek dat we samen met de Kamer van Koophandel hebben laten uitvoeren (zie kader). Helaas ziet niet iedereen hoe belangrijk de economie is van de haven en van het Noordzeekanaalgebied.

De Visie 2040 schetst contouren maar sommige harde beslissingen ontbreken. Dat is misschien bestuurlijk onvermijdelijk, maar voor het vestigingsklimaat is dat ook schadelijk. Veel bedrijven die nu voor allerlei investeringsbeslissingen staan, zitten in een soort mist. Kijk bijvoorbeeld naar de erfpacht. De gemeente Amsterdam kan bij het aflopen van het huidige contract zomaar besluiten om die niet te verlengen. Bedrijven als Cargill, IGMA en ICL Fertilizers weten niet waar ze aan toe zijn.”

“Volgens de Visie 2040 kan het gebied rond de Coen- en Vlothaven vanaf 2029 transformeren. Natuurlijk mag je dromen in een visie maar als je het sommetje maakt, en dat is gelukkig nu gedaan, dan zie je dat dit de duurste bouwkavels worden van Amsterdam. Als je dit inzicht eenmaal hebt, verbindt daar dan ook conclusies aan. Schuif de datum uit de Visie 2040 tien jaar op naar 2039, dan kunnen bedrijven toekomstplannen maken. De gemeente Amsterdam kan toestemming geven om erfpacht voor een bepaalde periode verlengen. Bedrijven kunnen dan voor een langere termijn investeren en zitten niet op een tijdbom. Deze helderheid vragen wij nu voor onze achterban.” 

Ruimte voor groei

“We zijn heel blij met het initiatief van de provincie Noord-Holland om een visie te ontwikkelen op de toekomstige haven,” zegt Wim Vlemmix, Directeur Regionale Ontwikkeling van Havenbedrijf Amsterdam NV. “En ook dat de Visie 2040 voor de hele regio geldt én een gezamenlijke, dus breed gedragen visie is. De nauwe samenwerking met alle partijen werpt haar vruchten af. We weten elkaar goed te vinden en kunnen sneller schakelen.

“De visie maakt de combinatie werken, wonen, natuur en recreëren mogelijk en biedt ruimte voor groei en ontwikkeling van wonen, recreëren én de haven, met goede afspraken voor de omgeving. De haven zet zich via een zogeheten Omgevingsprogramma in voor zo goed mogelijke leefbaarheid in de omgeving. Uit de nieuwe transformatiestrategie Haven-Stad blijkt dat de waardevolle havenbedrijven op hun waarde worden geschat als belangrijke banenmotor van de stad. Woningbouw heeft tot 2030 plaatsrond en niet in de haven. Het verplaatsen van havenbedrijven is op termijn, gelukkig en terecht, niet zomaar aan de orde. Wij hebben vraagtekens of de haven en deze locatie een oplossing kunnen zijn voor dit vraagstuk. Het is niet voor niets dat de behoefte aan woniongen en financiële haalbaarheid onomstotelijk vast moeten staan, voordat er van verplaatsing van bedrijven sprake zou kunnen zijn. De gemeente Amsterdam neemt daarover pas in 2025 een beslissing.”’ 

Geluidszone Westpoort

Vlemmix vervolgt: “Voor ons als Havenbedrijf Amsterdam NV is het vaststellen van de nieuwe geluidszone Westpoort een belangrijk element in de Visie 2040. De bestaande geluidszone geeft op een aantal punten geen ruimte meer voor nieuwe bedrijven. Er zijn wel vrije terreinen in de haven maar er is geen milieuruimte. De zone wordt straks uitgebreid naar Zaanstad en een heel klein stukje in Haarlemmerliede.

“We waarderen het heel erg dat de gemeenten daaraan willen meewerken. Samen met hen gaan we de bewoners daar zorgvuldig bij gaan betrekken. Een eerste bewonersbijeenkomst hebben we al gehouden in Westzaan. Bij een aantal woningen zullen isolatiemaatregelen noodzakelijk zijn. In overleg met de bewoners gaan we een ruimhartig isolatieprogramma opzetten.

“Straks kunnen we in het bestaande havengebied 125 miljoen ton lading doorzetten. In 2012 was dat 75 miljoen ton (achter de sluizen). Voor verdere uitbreiding hebben we deze nieuwe geluidszone dus erg hard nodig. Het is een uitdaging om in het bestaande gebied, op het huidige vierkante meters, 125 miljoen ton goederen per jaar te verwerken en daar gaan we zeker ons best voor doen. Maar op enig moment is de haven echt vol, zeker als we zo doorgroeien als nu.”

De vraag is dan: kunnen we nog uitbreiden en waar kunnen we dat dan doen? Het noordelijk deel van de Houtrakpolder zou daarvoor geschikt zijn en is een logische keuze, want het grenst aan het bestaande havengebied. Uitbreiding in dat gebied is met zorgvuldige afspraken relatief gemakkelijk te realiseren.” 

www.portofamsterdam.nl
www.noord-holland.nl
www.oram.nl 

TAUW onderzoek

De Visie 2040 maakt dat bedrijven in het Noordzeekanaalgebied behoefte hebben aan duidelijkheid en zekerheid. Dit blijkt uit een recent onderzoek van adviesbureau TAUW in opdracht van ORAM en de Kamer van Koophandel. Het onderzoek geeft inzicht in het ondernemersklimaat en in de specifieke knelpunten op het gebied van milieu en ruimte.

Bedrijven ervaren knelpunten bij inhoudelijke vraagstukken en procedures om een vergunning te krijgen. Deze procedures zijn volgens het bedrijfsleven te lang en leiden in enkele gevallen tot onrealistische voorwaarden. Zij wensen een betere samenwerking met de overheid.

Toch is het vertrouwen van het bedrijfsleven groot in de toekomst van het Noordzeekanaalgebied om zich in de toekomst te vestigen in dit gebied. Zo hebben de bedrijven de afgelopen vijf jaar voor minimaal vijfhonderd miljoen euro geïnvesteerd in deze gebied. Ruim de helft van de geïnterviewde ondernemingen heeft plannen om uit te breiden. Om hun investeringen terug te verdienen – doorgaans dertig à veertig jaar - is het belangrijk voor bedrijven om te weten waar ze aan toe zijn. Bedrijven hebben een duidelijke vraag naar overheden met meer inhoudelijke kennis en helderheid over de toekomst.

Voor de zomer van 2013 nemen provinciale staten van Noord-Holland en de betrokken gemeenteraden een beslissing over de Visie 2040. Zij moeten de plannen beoordelen als basis voor toekomstig beleid om zo een goede regionale afstemming te kunnen garanderen voor de ontwikkelingen in het Noordzeekanaalgebied. Na goedkeuring van de betrokken overheden volgt in 2014 de uitwerking van Visie 2040 tot een zogeheten uitvoeringsprogramma.

www.visie-nzkg.nl.

Contactgegevens
ORAM
De Ruyterkade 7
1013 AA Amsterdam
branches: Authorities and institutions
fax:+31 20 620 31 33
tel: +31 20 622 21 11

meer informatie