'Wij blijven investeren in Amsterdamse haven'

21 december 2012



Rob Hansen, general manager IGMA en director Cargill BV

Cargill heeft wel eens rustiger tijden gekend in de Amsterdamse havenregio door de verhuizing naar Schiphol en de recente saneringen. Toch blijft het Amerikaanse familiebedrijf investeren, terwijl het convenant Houthaven/NDSM Werf zorgt voor een goede relatie met de gemeente Amsterdam.

Als het bij Cargill onrustig is, dan is het onrustig bij de grootste werkgever in Zeehavens Amsterdam. Niet dat er iets van die onrust is te merken als general manager Robert Hansen zijn bezoeker ontvangt in zijn kantoor aan de Coenhavenweg. Of het moeten de circa veertig ingepakte verhuisdozen zijn die even verderop bij de muur staan.
Doel van het interview is om antwoord te krijgen op de vraag welke rol het Amerikaanse familiebedrijf wil blijven spelen in Zeehavens Amsterdam. Immers, het kantoorgedeelte van het voedingsconcern staat aan de vooravond van een verhuizing naar Schiphol.
Deze verhuizing, legt Hansen uit, is niet meer dan de wens om de vier afzonderlijke kantoren in Nederland samen te voegen, in dit geval in het Outlookcomplex op Schiphol-Centrum. Behalve het personeel in het hoofdkantoor aan de Coenhavenweg, komen ook de kantoormedewerkers van dochteronderneming IGMA, Cargill Cocoa & Chocolate (voorheen Gerkens Cacao) in Wormer en Refined Oils in Schiedam naar de nieuwe vestiging. “Het is beter voor de samenwerking om onder één dak te werken in een centraal kantoor dat bovendien beter bereikbaar is,” benadrukt Hansen.

Convenant Houthaven
Voor het Convenant Houthaven/NDSM Werf uit 2009 moeten we even terug in de tijd. Vanaf 1992 lagen Cargill en de stad Amsterdam in de clinch over de gemeentelijke plannen om het gebied langs het IJ op de schop te nemen en zo ruimte te maken voor woningbouw, onder andere door de aanleg van zeven kunstmatige wooneilanden. Maar meer bewoners dichter bij de fabrieken van Cargill betekent ook strengere milieueisen, en dus kosten voor Cargill.
De oplossing kwam drie jaar geleden met het sluiten van het Convenant Houthaven dat er onder andere in voorziet dat de betrokken havenbedrijven – waaronder IGMA, ICL Fertilizers Europe en Eggerding – zich inspannen om stof, geluid en stank zoveel mogelijk terug te dringen. Een eerste uitvloeisel daarvan was de voltooiing van de nieuwe geurreductie-installatie medio 2011 bij de sojaverwerkingsfabriek van Cargill. Een aanzienlijke investering, waarvan de helft afkomstig uit het speciale Innovatiefonds convenant Houthaven/NDSM-werf.
Eind goed, al goed? Voorlopig wel, tot en met 2028 om precies te zijn. Volgens het convenant mogen er tot die tijd geen nieuwe woningen worden gebouwd en hoeft Cargill geen nieuwe milieumaatregelen te treffen. Maar iedereen weet dat in de omgeving van de Houthaven en het NDSM-terrein uiteindelijk een combinatie van wonen en werken moet ontstaan zonder industriële activiteiten in de milieucategorieën 4 en 5. Dat vooruitzicht maakt het voor Cargill lastig nieuwe infrastructuur te bouwen voor nieuwe bedrijvigheid.

Niet zo somber
Hansen ziet dat allemaal niet zo somber in: “In augustus 2012 hebben we een nieuwe fabriek, en investering van ongeveer dertig miljoen dollar, in gebruik genomen. We hebben een nieuwe fabriek opgestart waardoor we hier niet één maar diverse grondstoffen kunnen verwerken. We zien deze investering als een duidelijke manifestatie van ons vertrouwen in de toekomst, de industrie, de Amsterdamse haven, onze klanten en ons personeel. Anders zouden we zo’n investering natuurlijk niet doen. Het is een investering in flexibiliteit en dat is belangrijk in een omgeving waar de onzekerheid groot is. Alleen zo kunnen we ons op de langere termijn, dus ook na 2028, aanpassen aan de veranderende marktomstandigheden.”

Dynamiek van het ondernemen
Gevraagd of hij de verhuizing van het kantoor uit de Amsterdamse havenregio wil bagatelliseren, antwoordt Hansen dat dit niet het juiste woord is. “Of ik moet de betekenis van bagatelliseren niet begrijpen. Het is nicht in frage. Je gaat toch niet dertig miljoen investeren als je van plan bent de tent hier te sluiten?”
Over de recente afstotingen, saneringen en sluitingen, zegt hij. “Ja, dat is gebeurd. Het is zeer spijtig dat we mensen moesten laten gaan maar dat is een normaal bedrijfseconomisch proces. Je investeert in zaken die goed gaan, niet in dingen waarin je geen toekomst ziet. In dat perspectief moet je alle ontwikkelingen zien. Er is veel onzekerheid in de markt, daarmee moeten we leren leven. Maar die dynamiek maakt ondernemen ook weer mooi.”

Goede relatie met de gemeente
Ook mooi is volgens Hansen de relatie van zijn bedrijf met de gemeente Amsterdam. Hansen: “Deze verstandhouding is inderdaad uitstekend en dat is ook noodzakelijk. Het is voor een bedrijf als Cargill belangrijk om goede contacten te hebben met overheden. Zodat als er wat verandert, we daar onmiddellijk op in kunnen spelen.”
Hij besluit zijn betoog met: “Er is een periode geweest dat het contact met de gemeente Amsterdam wat moeilijker verliep. Maar vanaf het moment dat we het convenant hebben gesloten, is er een stabiele situatie ontstaan waarin het tot een goede samenwerking kon komen. De neuzen staan nu dezelfde kant op.”

Auteur: Cees Visser

www.cargill.nl

Contactgegevens
Cargill B.V.
Coenhavenweg 3
Amsterdam
branches: Logistic service, forwarding, warehousing, Industrie and trade in the port area, Agents and shipbrokers
fax:+31 20 682 32 67
tel: +31 20 580 81 11

meer informatie