Zaans voedingscollectief lanceert eigen opleiding

21 december 2012



Een Zaanstreek waar een tekort dreigt aan gekwalificeerde proces- en foodoperators? Ondenkbaar en daarom zijn zes Zaanse foodondernemingen de samenwerking aangegaan met het ROC Regio College in Zaandam om een opleiding voor de foodsector uit de grond te stampen. “Het is nog geen vijf voor twaalf, maar wel tijd voor een wake–up call,” zegt Ad van Vugt, een van de initiatiefnemers.

Ad van Vugt, mede-eigenaar van de Zaanse smaakstoffenleverancier Exter Aroma, wil nog wel een keer uitleggen waarom het in de Zaanstreek schort aan voldoende aanwas van vakbekwame arbeidskrachten. Van Vugt: “Jongeren staan voor een ruime beroepskeuze en kiezen zelden voor een baan als procesoperator, voedingspecialist of kwaliteitscoördinator in de foodsector. Het imago van onze sector is niet slecht, het bestaat eenvoudig niet! Het komt bij jongeren domweg niet op een toekomst bij een voedingsbedrijf te overwegen. We moeten banen in de voedingssector dus beter presenteren, zodat deze branche gaat leven in de hoofden van leerlingen maar ook van docenten die met die scholieren praten over beroepsmogelijkheden.”
Bovendien, vervolgt Van Vugt, gaat de foodsector gepaard met kwaliteit. “We moeten rekening houden met hygiëne en voedselveiligheid. Dat vraagt om personeel dat nadenkt en het liefst van jongs af aan hart heeft voor voeding. Zij-instromers of werknemers die via een arbeidsbureau bij de voedingsbedrijven binnenkomen, moet je eerst nog uitleggen wat voedsel is.”
Samengevat: hoe stellen Van Vugt en zijn collega-ondernemers voldoende gekwalificeerd personeel ook veilig voor de langere termijn? Van Vught: “Want dat is niet meer zeker. We merken dat nu nog niet maar over een paar jaar wel. Het is geen vijf voor twaalf, maar wel tijd voor een wake–up call.”

Opleidingstraject
Als de berg niet naar Mohammed komt, zal Mohammed naar de berg moeten gaan. Zoiets moet Van Vugt gedacht hebben. Als zich onvoldoende geschikte werknemers melden, dan moeten we zelf een opleidingstraject sponsoren. ‘We’ zijn in dit geval zes Zaanse ondernemers. Naast Exter zijn dat Buteressence, Hansel Salades en Sauzen, de firma Van Wijngaarden, Loders Croklaan en de Zaanlandse Olieraffinaderij (ZOR) dat weer onderdeel uitmaakt van Cargill Cocoa. Volgens Van Vugt zullen er ongetwijfeld meer ondernemers volgen.
Van Vugts bondgenoot is Wim van Amersfoort, voorzitter van het College van Bestuur van het ROC Regio College, waar de nieuwe opleiding haar beslag moet krijgen. Van Amersfoort merkt op dat het vanzelfsprekend de taak van ‘zijn’ ROC zou moeten zijn om de regio te voorzien van voldoende arbeidskrachten, zeker als ondernemers daar om zitten te springen. De vraag creëert doorgaans het aanbod, maar in de voedingsmiddelenindustrie ligt dat net even anders.
Van Amersfoort: “Het beroepsonderwijs betekent de theorie op school en de praktijk op een stageplaats. Daar wringt meteen de schoen: er zijn te weinig stageplekken, hetgeen alles te maken heeft met het product voedsel. Zoals gezegd moet de foodsector voldoen aan strenge kwaliteitseisen. Daarin kan een stagiair niet maar een beetje aan rommelen.”
Een tweede reden voor het tekort aan stageplaatsen is dat veel voedingsbedrijven 24-uurs diensten draaien, waarmee gevaarlijke machines en geconcentreerde stoffen zijn gemoeid. Kortom, omstandigheden waarin de ARBO-dienst geen minderjarigen wil zien. De ROC-voorzitter vraagt zich hardop af hoe hij in de gegeven situatie een opleiding tot foodoperator kan inrichten.

Proeffabriek nodig
Maar hoe zit het dan met bedrijven in de (wegen)bouw- en staalindustrie, waar vaak ook sprake is van een ‘gevaarlijke werkomgeving’? “Zij hebben dat opgelost met het inrichten van oefenruimtes en dat werkt,” antwoordt Van Amersfoort. “Daar kunnen leerlingen op hun dooie gemak dingen leren, waarbij er alle ruimte voor het maken van fouten.”
Daarmee komt Van Amersfoort tot de kern van zijn verhaal: het ontbeert de Zaanstreek aan het noodzakelijke praktijkcentrum, of beter: aan een proeffabriek. Van Amersfoort maakt een rekensom: “Als we het in de Zaanstreek hebben over een proeffabriek met productielijn, dan praat je over een paar ton. Dat is een investering die ik voor een groep van maar twintig leerlingen niet kan vrijmaken. Daarom heb ik de financiële bal neergelegd bij de industrie, want de ondernemers moeten de kar trekken.”
Met Van Vugt als voortrekker lijkt dat geen probleem. Hij is een bevlogen ondernemer die sinds 2005 een succesvolle onderneming bestiert en goed is ingeburgerd in de Zaanse voedingsmiddelindustrie. Als iemand de partijen over de streep kan trekken, dan is hij het wel.

Streven
De vraag is hoe het opleidingstraject eruit gaat zien en wanneer de eerste leerlingen een arbeidscontract gaan tekenen bij Exter? Van Vugt: “Hoe eerder, hoe beter. Er is ook nog een inhaalslag nodig. De gemiddelde leeftijd van werknemers in de foodindustrie ligt boven de 45 jaar. Twintigers zijn op de vingers van één hand te tellen. Er wacht ons dus een pensioengolf, waardoor we straks heel veel mensen nodig hebben. Ondernemers in de foodsector moeten daarom nu aanhaken. Zij moeten de urgentie voelen en inzien dat we met het aanbieden van een intern voedingscursusje hier en daar, straks de vraag niet meer opvangen.”
Van Amersfoort vertelt dat het streven is om rond de vijftien proces- en foodoperators per jaar af te leveren. Te starten op niveau 2, wat zoveel wil zeggen als een tweejarige mbo-opleiding. Als dat eenmaal loopt, dan volgen de niveaus 3 en 4.
Van Amersfoort: “Leerlingen hebben eerst een goede basis nodig die bestaat uit een beetje scheikunde, wiskunde en natuurkunde. Deze basis moet al worden gelegd op het vmbo en daarmee zijn we inmiddels gestart. Als het goed is, staat de eerste lichting klaar na de zomer van 2013.”
Tenminste, als voldoende vmbo-leerlingen kiezen voor de foodindustrie en het klasje volstroomt, dan kunnen de plannen van de heren doorgaan en kan het ROC Regio College in het schooljaar 2013/2014 voor het eerst een voedingsopleiding aanbieden op mbo-niveau.
Voor de proeffabriek weet Van Amersfoort ook al een plek: de Techniek Campus aan het Jonkerplantsoen in Zaandam, waar ook Tetrix als praktijkopleider voor de metaalindustrie actief is.

Goed voor de Amsterdamse haven
Of het initiatief goed nieuws is voor Zeehavens Amsterdam, zijn Van Vugt en Van Amersfoort duidelijk: ja, natuurlijk. De Exter-directeur wijst erop dat de Zaanstreek van oudsher de voedingsindustrie van Amsterdam is. Alles wat in deze regio nodig is aan grondstoffen, oliezaden en cacaobonen, komt via de Amsterdamse haven naar binnen. “Niet voor niets is Amsterdam in foodtransport groter dan Rotterdam. Goed en voldoende personeel betekenen groei in de Zaanstreek én in de Amsterdamse haven. Een eenvoudig optelsommetje.”

Auteur: Cees Visser

www.exteraroma.com
www.regiocollege.nl