Zien in zwart water

11 juli 2018

 

JE WEET NOOIT WAT JE VINDT

In de serie Werken in de haven is het woord aan de mannen en vrouwen op de werkvloer. In deze aflevering het hoofd van de duik-unit van de Koninklijke Marine. 

Schermafbeelding 2018-07-10 Om 08.06.25Anton van Dijk

Leeftijd: 38
Functie: hoofd duik-unit/o.a. verantwoordelijk voor havenbescherming
Organisatie: Koninklijke Marine (standplaats Den Helder)

Werkzaam in de haven sinds: 2008
“In 1998 kwam ik bij de marine als adelborst, een marineofficier in opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine. Van daaruit heb ik maritieme techniek gestudeerd in Delft. Die opleiding duurde vijf jaar, waarna ik nog eens vijf jaar als wachtsofficier op zo’n beetje alle schepen die de marine heeft de wereld heb gezien. Fregatten, mijnenjagers, bevoorraadschepen… Toen ik in 2008 van boord stapte, kon ik alle kanten op. Ik koos voor duiken. Ik deed al aan sportduiken – voor de fun naar vissen en koraalriffen kijken – en maakte tijdens mijn vaartijd kennis met marine-duikers. Die doken op de Noordzee naar mijnen om die onschadelijk te maken. Dat wilde ik ook. Wist je dat de Noordzee nog vol ligt met bommen en mijnen uit de Tweede Wereldoorlog? Duizenden, waarvan de meeste door Engelse bommenwerpers zijn gedropt. Deze vliegtuigen kwamen terug van een missie in Duitsland en mochten niet landen als ze nog bommen aan boord hadden. Probleem met de Noordzee is de snelle verzanding. Daardoor raken bommen heel snel bedolven onder het zand, maar komen ze ook net zo snel weer tevoorschijn.

Marine-duiken
“Ik ben gek op alles wat met water te maken heeft én geïnteresseerd in techniek. Bij de combinatie daarvan kom je al snel uit bij marine-duiken. Wat wij doen, heeft alles te maken met techniek. Neem de apparatuur die we onderwater inzetten om mijnen onschadelijk te maken. Omdat deze bommen afgaan bij magnetisme of geluid, is mijn uitrusting a-magnetische en akoestisch-veilig. En als ik bijvoorbeeld uitadem, dan komen er in tegenstelling tot wat je normaal ziet geen luchtbellen vrij.

Zien in zwart water
“Waar we ons tegenwoordig in specialiseren, is sonarapparatuur. Daarmee zie je ook in pikzwart water wat er zich bevindt. Ook hebben we duikrobots. De Remus is een kleine torpedorobot die we programmeren, waarna het de bodem afzoekt naar bommen, of eigenlijk naar alles. Als er scheepswrakken of autobanden liggen, dan komen die ook bovenwater. Om die reden zetten we de Remus ook in bij het zoeken naar vermiste personen die mogelijk te water zijn geraakt. Daarnaast hebben we de ROV, een robot van een centimeter of dertig, verbonden aan een kabel en uitgerust met sonar, lamp en camera. Een ROV is vooral handig om de bodem onder een schip, maar ook de scheepshuid te bestuderen. Dat doe je bij een terroristische dreiging, waarbij je rekening houdt met een vernielingslading die onderwater op een schip is geplakt. Maar het komt ook voor dat er smokkelwaar onder het schip is gestopt.

Explosieven opsporen
“Als hoofd duik-unit stuur ik de beschermingseenheid voor de Amsterdamse haven aan. Die bestaat uit een duikvaartuig waar minimaal 32 man aan het werk gaat; de hele afdeling bestaat uit zo’n honderd man. Bij een verhoogde terroristische dreiging in de haven zijn wij ervoor om een statische en dynamische dreiging op en onderwater te counteren. Als we vermoeden dat ergens explosieven zijn geplaatst - een statische dreiging – dan kunnen we die opsporen en onschadelijk maken. Een dynamische dreiging is alles wat zich onderwater beweegt, bijvoorbeeld een vijandelijk duiker die zich naar een vaartuig verplaatst om een explosief te plaatsen. Hoe een beveiligingsoperatie verloopt? Eerst nemen we de statische dreiging weg door de haven uit te kammen, of eigenlijk dat deel van de haven waar we de dreiging verwachten. Veelal zetten we robots in om een gebied af te zoeken. Waar de robot niet kan komen, daar gaan duikers te water. Wat we daarbij ook gebruiken, is een navigator, een soort onderwater-TomTom met sonar. Als het veilig is, moeten we het veilig houden. Dan gaan we over op onderwaterpatrouilles met behulp van een zogeheten duikerdetectiesonar: beweegt er iets, dan zien we dat meteen op onze schermen. De reikwijdte? Daarover zeg ik niks, maar neem van mij aan dat niemand ongezien bij onze objecten kan komen. Het systeem is zo nauwkeurig dat we het risico lopen dat we een grote vis een waarschuwing moeten geven – haha! Met dat patrouilleren blijven we doorgaan totdat het beveiligde object, meestal een schip, de haven heeft verlaten of wanneer de dreiging zelf is weggenomen. Het bijzondere aan onze aanpak is dat alle bedrijvigheden gewoon door kunnen gaan en de haven dus nauwelijks enige economische schade ondervindt. Nu bestaan onze activiteiten in de Amsterdamse haven vooral uit zogeheten pre-bomb-checks tijdens megafestijnen als Sail of Koningsdag. Maar ook als er een buitenlands, militair schip onze havens aandoet.

Kalm blijven
“Ik realiseer me dat mijn werk gevaarlijk is. Maar als je weet wat je doet, op een verantwoorde manier, dan is het risico beheersbaar. De belangrijkste vaardigheid die je als marine-duiker moet hebben, is dat je onder alle omstandigheden kalm moet kunnen blijven. De onderwaterwereld is nu eenmaal een vijandelijke en onnatuurlijke omgeving; zelfs aan ademhalen zit een risico. Wat mijn werk spannend maakt, is dat je nooit weet wat je vindt. Zo meldde een collega tijdens een oefening bij het zoeken onder een steiger dat hij de oefenpop had gevonden. Verbaasde gezichten, want er was helemaal geen oefenpop uitgezet… Of die keer dat we in een Amsterdamse gracht zochten naar een moordwapen. Die vonden we niet, maar wel een telefoon, waarmee de politie vervolgens een andere zaak kon oplossen. Als er onderwater iets gevonden moet worden, dan moet je bij ons zijn. Daar zijn we voor opgeleid en daar hebben wij de apparatuur voor. Daarom zeggen wij weleens: als wij ergens zoeken, dan vinden we het óf het ligt er niet.”